De uitvoering van de VTH-taken moet voldoen aan wettelijk vastgelegde kwaliteitscriteria. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen procescriteria en robuustheidscriteria. De procescriteria liggen vast en hieraan moet de beleids- en uitvoeringscyclus, de zogenaamde ‘BIG8’, voldoen. Daarbij horen de volgende instrumenten:
Een VTH-beleidsplan waarin de bestuurlijke en beleidsmatige kaders, waarin de prioriteiten zijn vastgesteld op basis van een risicoanalyse, en waarin is beschreven hoe de uitvoering is geborgd (uitvoeringsstrategie);
Een jaarlijks op te stellen uitvoeringprogramma en verslag;
Een systeem van monitoring en bijstelling.
Naast deze procescriteria zijn er robuustheidscriteria. Hierin is vastgelegd welke deskundigheid beschikbaar moet zijn om de VTH-taken uit te voeren. Dat gaat om meer generieke functies als die van vergunningverlener of toezichthouder en om specialistische functies met kennis op het gebied van duurzaamheid, cultuurhistorie of stedenbouw. Hiervoor bestaat er een samenwerkingsovereenkomst met de overige West-Friese gemeenten om samen aan deze criterea te voldoen. Het betreft ook de ODNHN, die het grootste deel van de VTH-milieutaken uitvoert voor de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland, gelden specifieke eisen voor deskundigheid op onder andere het gebied van geluid, bodem, (afval)water, externe veiligheid en lucht.
De provincie Noord-Holland als interbestuurlijk toezichthouder stelde in 2023 vast dat de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland hun jaarverslag over 2022 en het uitvoeringsprogramma’s voor 2023 te laat hebben vastgesteld en aan de provincie hebben overlegd. Met de vorming van de nieuwe afdeling VTH en de organisatieontwikkeling, wordt de VTH-beleidscyclus weer op orde gebracht. Ook de gemeenteraden zien toe op de borging van de kwaliteit van de uitvoering. Dit wordt vastgelegd in de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving.