Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.3

Beoordelingscriteria Omgevingswet vergunningen

Onderdeel van Uitvoeringsbundel VTH-beleidsplan 2025 – 2030 gemeente Weert

AMvB’s Hieronder staan de belangrijkste beoordelingskaders van de Omgevingswet voor het verlenen van vergunningen. Het betreft de volgende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s): Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Besluit kwaliteiten leefomgeving (Bkl) Daarnaast worden net Omgevingsbesluit, de Omgevingsregeling, het invoeringsbesluit met daarin de bruidsschat, het gemeentelijke omgevingsplan (tijdelijk of nieuwe stijl) en de lokale verordeningen en beleid in het kader van de fysieke leefomgeving toegelicht, welke van belang zijn in het vergunningverlening proces. In deze bronnen zijn de beoordelingscriteria per vergunning te vinden. Toepassingsbereik Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat samen met het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Het besluit kwaliteit leefomgeving is meer gericht op de regels waar de overheid zich aan dient te houden om een veilige en gezonde leefomgeving te kunnen garanderen. Het Omgevingsbesluit bevat regels voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving. Dus burgers, bedrijven en overheid. Het gaat om regels over het bevoegd gezag voor vergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering. Het Omgevingsbesluit bevat dus geen beoordelingscriteria voor vergunningverlening. In de onderstaande paragrafen wordt de uitwerking van de AMvB's met betrekking tot de vergunningverlening toegelicht. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Met de invoering van de Omgevingswet is het Bouwbesluit 2012 vervallen en zijn de technische bouwvoorschriften opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving, kortweg het Bbl. Het Bbl bevat regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, de staat van het bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Daarnaast bevat het Bbl ook regels over asbestverwijdering en mobiel puinbreken. In het Bbl staat aangegeven of voor de bouwactiviteit een vergunningplicht of meldingsplicht noodzakelijk is of dat deze vergunningvrij is. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is onderdeel van het Bbl. Hiermee wordt dit deel van de bouwtechnische beoordeling ondergebracht bij private kwaliteitsborgers. De regels in het Bbl zijn in hoofdstukken geclusterd rondom een bepaalde activiteit die te maken heeft met het bouwwerk. De hoofdstukken geven eisen betreffende: Algemene bepalingen; Bestaande bouw; Nieuwbouw; Verbouw, verplaatsing en functiewijziging; Gebruik; en Bouw- en sloopwerkzaamheden. Binnen deze hoofdstukken zijn de onderwerpen veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, bruikbaarheid, toegankelijkheid en bouwwerkinstallaties, voor zover van toepassing, terug te vinden. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de WKB vervalt de bouwtechnische toets van veel kleine bouwwerken. Enerzijds, omdat de bouwactiviteit onder een vergunningsvrije categorie valt, anderzijds omdat de bouwtechnische toets door een private kwaliteitsborger uitgevoerd zal worden. De bouwwerken die door de gemeente preventief getoetst worden aan het Bouwbesluit zijn over het algemeen grotere of bijzondere bouwwerken (bijvoorbeeld monumenten). Bij de preventieve toets zijn voor ons met name constructieve veiligheid, brandveiligheid en gezondheid speerpunten. De toetsing van aanvragen met een bouwactiviteit worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Gelijke gevallen kennen eenzelfde toetsniveau. Complexe gevallen of politieke gevoelige worden afgestemd met de portefeuillehouder. Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Met de invoering van de Omgevingswet is het activiteitenbesluit vervallen en zijn de milieuvoorschriften opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving, kortweg het Bal. Deze AMvB bevat algemene rijksregels voor milieubelastende activiteiten in de leefomgeving. Naast de inhoudelijke algemene regels voor milieubelastende activiteiten, lozingsactiviteiten, wateronttrekkingsactiviteiten, mijnbouwactiviteiten, beperkingengebied activiteiten, het gelegenheid bieden tot zwemmen en baden, en activiteiten die cultureel erfgoed betreffen, zijn bijzondere aandachtspunten: de reikwijdte van de rijksregels, de specifieke zorgplichten, de inzet op maat van doel- en middelvoorschriften en de inzet van maatwerk en gelijkwaardigheid als instrumenten voor flexibiliteit. Vergunningsplichten waarvoor de gemeente bevoegd gezag is en die voorvloeien uit het Bal zijn onderverdeeld in de volgende categorieën: Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen; Complexe bedrijven; Dienstverlening, onderwijs en zorg; Transport, logistiek en ondersteuning daarvan; Nutssector en industrie; Afvalbeheer; Agrarische sector; Sport en recreatie; Defensie en mijnbouw; De aanvragen voor Omgevingsvergunning die alleen uit milieubelastende activiteiten (MBA's) bestaan en alle meldingen voor MBA’s zijn gemandateerd aan de RUD LN. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels voor het Rijk en voor decentrale overheden. De regels gaan over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en monitoring. In het Bkl staan omgevingswaarden. Die zorgen voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Ook helpen ze bij het zorgen voor een goede omgevingskwaliteit. De omgevingswaarden volgen vooral uit Europese of andere internationale verplichtingen. Instructieregels gaan over het uitvoeren van taken en het gebruiken van instrumenten. Decentrale overheden moeten deze instructieregels van het Rijk volgen. Per instrument is er een hoofdstuk met instructieregels, zoals voor het instrument omgevingsplan. Die instructieregels gaan dan onder meer over normen en regels voor externe veiligheid, geluid en geur van activiteiten en erfgoed. In het Bkl zit een hoofdstuk met beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen. Het gaat om activiteiten waarvoor het Rijk een vergunningplicht heeft geregeld, zoals voor omgevingsplanactiviteiten, bouwactiviteiten, milieubelastende activiteiten en rijksmonumenten activiteiten. De beoordelingsregels geven aan wanneer het bevoegd gezag de vergunning kan verlenen of weigeren. Bij het beoordelen van een aanvraag moet het bevoegd gezag deze beoordelingsregels dan ook volgen. De beoordelingsregels staan geordend per activiteit. Omgevingsbesluit Het Omgevingsbesluit bundelt en vereenvoudigt verschillende bestaande regels en voorschriften op het gebied van de leefomgeving. Het besluit introduceert de Omgevingsvergunning, een geïntegreerde vergunning voor bouw, milieu en andere activiteiten die de leefomgeving beïnvloeden. Het vervangt meerdere afzonderlijke vergunningen. Het omgevingsbesluit zorgt voornamelijk voor een aantal beoordelingscriteria die ook genoemd zijn onder het kopje van vergunningsaanvraag. Invoeringsbesluit/Bruidsschat Het Invoeringsbesluit zorgt voor het overgangsrecht en voor het intrekken of wijzigen van andere besluiten. Het overgangsrecht regelt de overgang van de oude regelgeving naar het nieuwe stelsel van de Omgevingswet, bijvoorbeeld wat de status is van besluiten onder het oude recht. Ook regelt het overgangsrecht hoe procedures die onder het oude recht zijn gestart, worden afgehandeld onder de Omgevingswet. Een bijzonder onderdeel van het overgangsrecht is de bruidsschat. Dit is een set regels die het Rijk over heeft gedragen naar decentrale overheden bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze regels zijn onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan (omgevingsplan van rechtswege). De gemeente kan deze regels op elk moment aanpassen of schrappen. Wanneer het omgevingsplan (nieuwe stijl) formeel is vastgesteld komt de bruidsschat te vervallen. De gemeente heeft in principe tot 2031 om een omgevingsplan op te stellen en alle keuzes met betrekking tot de bruidsschat te maken. Bij het omzetten van het tijdelijk deel van het omgevingsplan naar het definitieve omgevingsplan worden de bruidsschatregels beoordeeld. Specifiek met betrekking tot vergunningen en ontheffingen uit de oude regelgeving is er overgangsrecht als: Een vergunning voor een activiteit onder het nieuwe systeem verplicht blijft, wordt dit een binnenplanse omgevingsplanactiviteit op grond van de Omgevingswet; of Er geen vergunningplicht meer is, worden de oude vergunningvoorschriften maatwerkvoorschriften. Het overgangsrecht geldt zowel voor vergunningplichten uit rijksregelgeving als uit decentrale regelgeving. Het overgangsrecht voor vergunningen staat in artikel 4.13 en 4.14 van de Invoeringswet. Omgevingsplan In het tijdelijke omgevingsplan zijn onder andere de bestaande bestemmingsplannen, beheers verordeningen en wijzigings- en uitwerkingsplannen opgenomen (voor een volledig overzicht zie artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet). De gemeente heeft na inwerkingtreding van de wet tot 2031 de tijd om één gebiedsdekkend omgevingsplan vast te stellen. De gemeente bepaalt deels zelf welke algemene regels, informatie- melding- of vergunningsplichten zij opneemt in het omgevingsplan (OP). De gemeente Weert gaat in eerste instantie beleidsneutraal over. Wanneer regels in het OP worden aangepast of geschrapt in afwijking van de huidige situatie, heeft dit uiteraard een effect op de VTH-taken. Het Invoeringsbesluit regelt welke regels er van rijk aan gemeente worden overgedragen. Verder bepaalt de gemeente zelf welke (onderdelen van) verordeningen met betrekking tot de fysieke leefomgeving worden meegenomen in het omgevingsplan. Omgevingsregeling In de Omgevingsregeling staat welke informatie een aanvrager van een omgevingsvergunning moet aanleveren bij zijn aanvraag. Dit zijn de aanvraagvereisten. Het hoofdstuk met aanvraagvereisten bestaat uit een algemeen deel dat geldt voor iedere aanvraag en een specifiek deel met specifieke regels per activiteit. Voorbeelden van aanvraagvereisten zijn: De locatie waar de activiteit plaatsvindt; de hoeveelheid te lozen koelwater van een stookinstallatie; een beschrijving van het soort gas in een opslagtank. In de Omgevingsregeling zit een praktische uitwerking van een aantal regels uit Bal en het Bbl, bijvoorbeeld met betrekking tot emissies van dierenverblijven of duurzaamheid van gebouwen. Ook staan in de Omgevingsregeling meet- en rekenmethoden. Voor gemeenten betreft het de methoden die moeten worden gebruikt om besluiten te motiveren met betrekking tot het omgevingsplan, vergunningaanvragen en projectbesluiten. Bijvoorbeeld of een aanvraag voor omgevingsvergunning aan de luchtkwaliteitsnorm voldoet. Ook voor de aanvrager van vergunningen zijn methoden genoemd voor activiteiten die decentraal (via het omgevingsplan) worden gereguleerd. Bijvoorbeeld hoe men kan bepalen of men aan een geurnorm uit het omgevingsplan voldoet. Lokaal beleid en verordeningen Naast de beoordelingscriteria vanuit de Omgevingswet blijven de lokale verordeningen en beleidsregels van kracht totdat deze opgenomen worden in het Omgevingsplan nieuwe stijl. Voorbeelden hiervan zijn de ‘Beleidsregels afwijken tijdelijk deel omgevingsplan’ en het ‘Participatiekader binnen Omgevingswet gemeente Weert’. Bekendmaking en publicatie Zodra het besluit over een aangevraagde omgevingsvergunning genomen is, wordt dit bekend gemaakt aan de aanvrager door het versturen van het besluit. De besluiten worden gepubliceerd via www.officielebekendmakingen.nl. De stukken hiervan worden op aanvraag altijd ter inzage gelegd. Omgevingsvergunningen die de uitgebreide procedure hebben gevolgd worden ook digitaal ter inzage gelegd. Omwonenden en andere belanghebbenden kunnen via de website www.overheid.nl een abonnement nemen om geïnformeerd te worden over nieuwe publicaties die aan bepaalde zoektermen voldoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel