Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.4

Activiteiten omgevingsvergunningen

Onderdeel van Uitvoeringsbundel VTH-beleidsplan 2025 – 2030 gemeente Weert

Met de invoering van de Omgevingswet (via artikel 5.1) is de activiteit bouwen gescheiden in een technisch en een ruimtelijk deel. Dat levert twee activiteiten op waarvoor een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden; de omgevingsplanactiviteit en de bouwactiviteit. Deze paragraaf licht de verschillende activiteiten uit omgevingsvergunningen toe. Omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en of het bouwwerk behoort tot gevolgklasse 2 of 3 dan wordt de bouwtechniek van het bouwwerk, op basis van het Bbl, beoordeelt door de gemeente. Vergunningvrij bouwwerken zijn omschreven in het Bbl. Omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit Het ruimtelijke bouwen en in stand houden en gebruiken van een bouwwerk is in het omgevingsplan geregeld. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de locatie van het bouwwerk, de bebouwingsoppervlakte of het uiterlijk. De volgende paragrafen gaan in op de verschillende omgevingsplanactiviteiten. Binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Er wordt een onderscheid gemaakt tussen binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Binnenplanse omgevingsplanactiviteiten zijn die activiteiten die passen binnen de beoordelingsregels van het omgevingsplan en waarvoor in het omgevingsplan een vergunningplicht is opgenomen. Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten wijken hier (op onderdelen) vanaf. Voor dit type is het dan nodig om een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan te vragen. Vergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft aanvragen die niet passen binnen het omgevingsplan (van rechtswege of nieuwe stijl). Ook voor deze aanvragen geldt in principe de standaardprocedure van 8 weken. In sommige gevallen kan de uitgebreide procedure van toepassing worden verklaard. Verleende vergunningen moeten binnen 5 jaar in het omgevingsplan verwerkt zijn, tenzij het om een tijdelijke vergunning gaat. De alternatieve route voor het meewerken aan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is het wijzigen van het omgevingsplan. Omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk Een beoordeling van een aanvraag omgevingsplanactiviteit die bestaat uit bouwen ziet toe op de planologische aspecten van een bouwwerk, ofwel de beoordeling aan het omgevingsplan. Vergunningsvrije omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot het bouwen van een bouwwerk zijn omschreven in de bruidsschat (artikel 22.26). De gemeente bepaalt (deels) zelf in welke mate ze ook de omgevingsplanactiviteiten die bestaan uit bouwen vergunningsvrij, melding plichtig of vergunning plichtig maakt. Omgevingsplanactiviteit voor het slopen van een bouwwerk De sloopactiviteit heeft vaak een relatie met andere activiteiten: Een sloopactiviteit gaat in veel gevallen samen met een bouwactiviteit; Is het bouwwerk dat wordt gesloopt een rijksmonument? Dan gelden voor het slopen de regels voor de rijksmonumentenactiviteit; De gemeente kan in het omgevingsplan extra regels stellen. Bijvoorbeeld ter bescherming van een stads- of dorpsgezicht of om te voorkomen dat open ruimten in bebouwing ontstaan. Omgevingsplanactiviteit voor monumenten, beschermd stads-of dorpsgezichten, overig cultureel erfgoed en werelderfgoed Bij de beoordeling van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het in ieder opzichte wijzigen van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten wordt beoordeeld of er geen onomkeerbare schade wordt toegebracht aan gemeentelijk cultuurhistorisch erfgoed. In het nog op te stellen Omgevingsplan zal een beoordelingskader worden opgenomen. Tot die tijd gebruikt de gemeente Weert zo goed als mogelijk de Welstandsnota (en vanaf 2025 het Ruimtelijk Kwaliteitskader) als beoordelingskader. Daarnaast bevat de bruidsschat aanvraagvereisten met betrekking tot het ontsieren, slopen of veranderen van monumenten. Het betreft gemeentelijke, archeologische en provincie beschermde monumenten of beschermde stads-en dorpsgezichten. Rijksmonumentenactiviteit Een rijksmonumentenactiviteit is een aanvulling op de omgevingsplanactiviteit voor monumenten en betreft een activiteit ‘inhoudende het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een rijksmonument of een voorbeschermd rijksmonument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht’. Rijksmonumenten zijn monumenten en archeologische monumenten die volgens de Erfgoedwet in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven. De regels over de rijksmonumentenactiviteit en over cultureel erfgoed staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de Omgevingsregeling, het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet en het omgevingsplan van rechtswege (via de bruidsschat). Voorbeschermde rijksmonumenten zijn monumenten of archeologische monumenten die nog niet in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven. Maar waarvoor de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) het ontwerpbesluit tot aanwijzing als rijksmonument al naar de eigenaar heeft gestuurd. Het Bal bevat de specifieke zorgplicht (artikel 13.7) om beschadiging en vernieling aan een rijksmonument te voorkomen. Een bouwactiviteit die van invloed is of een rijksmonument betreft is in dat geval ook een rijksmonumentenactiviteit. De rijksmonumentenactiviteit is vergunningplichtig op grond van de Omgevingswet. De gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit heeft de taak om te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit, met betrekking tot een rijksmonument. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is adviseur met instemming bij een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch rijksmonument. Overige omgevingsplanactiviteiten (bruidsschat) De bruidsschat bevat aanvraagvereisten en beoordelingsregels met betrekking tot onder andere de volgende vergunning plichtige activiteiten. Deze kunnen gekoppeld zijn aan lokale verordeningen en regelingen. Omgevingsplanactiviteit: Uitvoeren van werken of werkzaamheden Omgevingsplanactiviteit: Beperkingengebied leidingen Omgevingsplanactiviteit: Gebruiken van locaties of bouwwerken in strijd met bestemmingsplan Omgevingsplanactiviteit: Slopen van een bouwwerk Omgevingsplanactiviteit: Gemeentelijk monument slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijziging of herstellen, gebruiken of laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht Omgevingsplanactiviteit: Plaatsen van voorwerpen op/aan de weg Omgevingsplanactiviteit: Aanleggen of veranderen weg Omgevingsplanactiviteit: Slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk stads- en dorpsgezicht Omgevingsplanactiviteit: Uitweg/uitrit Omgevingsplanactiviteit: Alarminstallatie Omgevingsplanactiviteit: Kappen van bomen of vellen van houtopstanden Omgevingsplanactiviteit: Reclame Omgevingsplanactiviteit: Opslaan roerende zaken Milieubelastende activiteiten Een milieubelastende activiteit (MBA) is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, bijvoorbeeld bij het uitbaten van een SEVESO of IPPC-installatie, maar ook voor de opslag van mest, grond, baggerspecie of koolstofdioxide in de bodem, lozing van afvalwater op oppervlaktewater, geluid of de opslag van gevaarlijke stoffen. Hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wijst de MBA’s aan waarvoor algemene regels gelden en in welke gevallen er daarnaast een vergunningplicht geldt. In totaal gaat het om zo’n 100 verschillende gevallen. Ook bevat de bruidsschat een aantal vergunningplichtige MBA’s die vanzelf landen in het tijdelijke omgevingsplan. Het gaat onder andere om de volgende activiteiten: verwerken polyesterhars; installeren gesloten bodemenergiesysteem; het kweken maden van vliegende insecten; opslaan propaan of propeen; tanken met LPG; antihagelkanonnen; biologische agens; genetisch gemodificeerde organismen; opslaan dierlijke meststoffen; lozen in de bodem (vangnetvergunning); lozen in schoonwaterriool (vangnetvergunning). Vergunningverlening voor deze Milieubelastende activiteiten (MBA’s) wordt uitgevoerd door onze medewerkers binnen de RUD LN. Maatwerkvoorschriften Het Bal en Bbl bieden mogelijkheid tot maatwerkvoorschriften. Er zijn twee typen maatwerkvoorschriften: Gekoppeld aan vergunning, dan betreft een maatwerkvoorschrift een vergunningvoorschrift; Een separaat maatwerkbesluit (los van een vergunning). Met een maatwerkvoorschrift kan de gemeente afwijken van algemene regels. De gemeente kan met maatwerkvoorschriften bijvoorbeeld: algemene regels nader invullen of aanvullen; eisen opstellen die strenger of minder streng zijn dan de algemene regels; afwijken van een verbod in algemene regels. Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift bijvoorbeeld gebruiken voor onvoorziene situatie, bijzondere gevallen, lokale omstandigheden of het bereiken van ambities voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het maatwerkvoorschrift kan ambtshalve worden opgesteld of op verzoek. Er zijn algemene uitgangspunten (paragraaf 4.3.2 Omgevingswet) die zaken als veiligheid en het beschermen van de gezondheid in het kader van maatwerkvoorschriften waarborgen. Verder zijn er ook meer specifieke uitgangspunten, zoals toegankelijkheid van bouwwerken voor mensen met een functiebeperking en het toepassen van de beste beschikbare technieken. Maatwerkvoorschriften zijn niet onbeperkt mogelijk. Beoordelingsregels voor vergunningen en de eisen aan vergunningvoorschriften gelden vaak ook voor maatwerkvoorschriften. Mogelijkheden zijn aangeduid in het Bal en Bbl. Gelijkwaardige maatregel Op grond van artikel 4.7, eerste lid, van de Omgevingswet kan in plaats van een in een algemene regel voorgeschreven maatregel (zoals een technische bouw eis in het Bbl) toestemming worden verleend om in plaats daarvan een gelijkwaardige maatregel te treffen. We bedoelen hier met gelijkwaardige maatregel regels waaruit een vergunningplicht voortvloeit. Met de gelijkwaardige maatregel moet ten minste hetzelfde resultaat worden bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd. Maatregelen op het gebied van omgevingsveiligheid hebben als doel om mensen in gebouwen te beschermen tegen de effecten van een van buiten komende brand of explosie. Een voorbeeld is een opvanggeul voor uitstromende brandbare vloeistoffen die soms gelijkwaardig of beter beschermen dan een brandwerende gevel (welke de technische eis betreft). De gemeente Weert beoordeelt gelijkwaardige oplossing in eerste instantie zelf. Waar nodig vragen we advies aan een (extern) adviseur. Indien in een plan een gelijkwaardige maatregel op gebied van constructie of brandveiligheid wordt toegepast, dan mag een kwaliteitsborger dit plan niet meer beoordelen en gaat de gehele technische toets van dit plan naar de vergunningverleners van de gemeente. Overige werkzaamheden in het kader van vergunningverlening Er zijn nog een aantal overige werkzaamheden die mogelijk zijn in het kader van vergunningverlening. Indien zij in grote mate voorkomen dan kunnen zij van invloed zijn op de capaciteit. Het gaat onder meer om de volgende werkzaamheden: Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit; Wijzigen omgevingsvergunning; Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning; Intrekken omgevingsvergunning (op aanvraag); Niet genoemd besluit op aanvraag; Zienswijzen, bezwaar en beroep (uitgewerkt door juristen); Adviesverzoek ander bevoegd gezag. Adviesverzoek ander bevoegd gezag bij magneetactiviteiten Bij meervoudige aanvragen kan sprake zijn van magneetactiviteiten. Deze activiteiten hebben als het ware een magnetische werking en zijn bepalend voor welke bestuursorgaan bevoegd gezag is. Het gaat om de situatie waarbij één van die activiteiten niet bij de gemeente kan worden neergelegd. De andere activiteiten in de vergunningaanvraag gaan dan mee naar het andere bevoegde gezag (de provincie of het rijk). Bij activiteiten waarvoor de provincie of het rijk bevoegd gezag is, zal het college van B&W om advies gevraagd worden over activiteiten waarvan zij ‘oorspronkelijk’ bevoegd gezag zouden zijn geweest. Deze adviesverzoeken komen binnen in de VTH-applicatie en worden naar het college van B&W gestuurd. Bij meervoudige aanvragen wordt het college van B&W dus om advies (art. 4.20 lid 1 Omgevingsbesluit) gevraagd. Het college krijgt hiervoor een voorgenomen beslissing toegestuurd en moet daarover binnen 4 weken een advies geven. In bepaalde gevallen is advies met instemming van het college van B&W noodzakelijk (artikel 4.20 lid 2). Het gaat om sommige buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en milieubelastende activiteiten. Als de buitenplanse omgevingsplanactiviteit valt binnen een categorie die is aangewezen door de raad is ook advies van de raad noodzakelijk. Bij enkelvoudige aanvragen geldt voorgaande niet, omdat dan het bevoegd gezag (gemeente) beslist op de enkelvoudige aanvraag. Dat sluit afstemming en samenwerking met andere bestuursorganen natuurlijk niet uit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel