De grondslag voor meldingen van voormalige vergunningplichten is te vinden in het Bal en Bbl. Anders dan bij vergunningaanvragen vindt bij de meldingen alleen een beoordeling op volledigheid plaats. Wanneer de melding niet volledig is, wordt deze niet beschouwd als melding. De gemeente informeert hierover de melder. Hieronder zijn een aantal belangrijk meldingsplichten toegelicht.
Melding milieu
In hoofdstuk 4 van het Bal staat per milieubelastende activiteit of er een meldingsplicht geldt. Iedere melding bestaat in ieder geval uit een aantal algemene gegevens. Dat regelt artikel 2.17 van het Bal. Gegevens die de melder altijd moet aanleveren zijn:
de aanduiding van de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 4;
de naam en het adres van degene die de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3, verricht;
het adres waarop de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3, wordt verricht;
de dagtekening.
Melding sloop
Met betrekking tot meldingsplichtige sloopwerkzaamheden uit het Bbl is het verplicht om minimaal 4 weken (bij uitzondering 1 week) voor het begin van de sloopwerkzaamheden de sloopactiviteit te melden bij het bevoegd gezag (artikel 7.10 van het Bbl). Vervolgens moet uiterlijk 2 werkdagen voor aanvang en 1 dag na afronding van de feitelijke sloopwerkzaamheden het bevoegd gezag daarover geïnformeerd worden (artikel 7.12 van het Bbl). De melding sloop met asbest wordt net als normale sloop afgehandeld door de gemeente. Het toezicht op sloopwerkzaamheden met asbest is bij de RUD LN belegd.
Tijdens de sloopwerkzaamheden moet volgens artikel 7.13 van het Bbl de volgende informatie aanwezig zijn:
de sloopmelding en bijbehorende informatie;
gegevens over hoe de veiligheid en gezondheid in de directe omgeving wordt geborgd;
indien van toepassing maatwerkvoorschriften, het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom en het asbestinventarisatierapport of de eindbeoordeling asbestverwijdering;
andere voor het slopen van belang zijnde informatie zoals bijvoorbeeld de inzet van een mobiele puinbreker (op grond van afdeling 7.2 van het Bbl staat hier ook een meldingsplicht op).
Melding brandveilig gebruik
Onder de Omgevingswet is de omgevingsvergunning brandveilig gebruik vervallen, maar geldt voor bepaalde gebouwen nog wel een meldingsplicht. In artikel 6.6 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is een tabel opgenomen waarin per gebruiksfunctie is aangegeven vanaf welk aantal mogelijk aanwezige personen sprake is van een meldingsplicht voor brandveilig gebruik van het bouwwerk.
Op grond van artikel 6.7 Bbl moet de gebruiksmelding 4 weken voor het begin van het gebruik worden gedaan. Er moeten een aantal gegevens en bescheiden worden ingediend. Deze zijn genoemd in artikel 6.8 va het Bbl. Met de Veiligheidsregio zijn afspraken gemaakt over welke meldingen voor advies worden voorgelegd aan de brandweer.
Meldingen Wkb
In het kader van de Wkb komen er bij de vergunningverleners meldingen binnen over bouwactiviteiten. Er zijn twee soorten meldingen:
Bouwmelding – Uiterlijk 4 weken voor de start van de bouwwerkzaamheden komt dit binnen;
Gereedmelding – Uiterlijk 2 weken voor het in gebruik nemen van het bouwwerk komt dit binnen. Een gereedmelding wordt echter niet door de vergunningverleners, maar door de toezichthouders Bouw verwerkt.
Bouwwerken die onder de Wkb vallen hebben geen bouwtechnische vergunning nodig, maar kunnen wel een andere vergunning nodig hebben, bijvoorbeeld met betrekking tot planten en dieren. De Wkb melding wordt beoordeeld op volledigheid.
Meldingen vellen houtopstand
Indien een burger een houtopstand of houtopstanden wilt kappen moet er een melding vellen van houtopstand(en) worden ingediend. Deze melding moet via het omgevingsloket worden ingediend. Naar aanleiding van een ingediende melding zullen wij toetsen of de boom/bomen beschermd is/zijn vanuit het bomenregister en/of het geldende omgevingsplan.
Wordt/worden de boom/bomen beschermd dan zal men het advies krijgen om een vergunning aan te vragen. Er wordt wel eerst goedkeuring gevraagd bij de afdeling Openbaar Gebied. Wordt het niet goed gekeurd dan krijgt men een afwijzing. Er moet namelijk een goede reden zijn voor het kappen van een beschermde boom. Dit kan zijn; dood, ziekte, plaatsmaken voor een bouwwerk, etc. Mocht de boom/bomen niet beschermd zijn dan krijgt de burger van ons een brief dat de boom/bomen gekapt mag/mogen worden.
Uiterlijk twee weken na ontvangst van de melding wordt aan de melder medegedeeld of er wel of geen omgevingsvergunning voor het vellen van de houtopstand noodzakelijk is.