Naar hoofdinhoud
1. De in dit artikel gestelde voorschriften gelden niet voor ondergrondse bouwwerken. 2. Het in artikel 2, eerste lid, onder b, gestelde verbod geldt niet: voor het inbrengen van palen indien worden gebruikt: grondverdringende gladde betonpalen zonder verbrede voet, plaat of verzwaarde punt, in de grond gevormde, geschroefde betonpalen of niet grondverdringende palen, mits daarbij een onschadelijke steunvloeistof, zoals grout of een bentonietmengsel wordt toegepast; voor het ondergronds aanbrengen van een damwand of diepwand indien: de damwand of diepwand is vervaardigd uit materialen die geen verontreiniging van de bodem of het grondwater kunnen veroorzaken en bij het aanbrengen van een damwand of diepwand de gebruikte (dik)spoeling en vulvloeistoffen uit onschadelijke stoffen bestaan zoals bentoniet, kleicementmengsels of beton; voor het ondergronds aanbrengen van een scherm voor zover het materiaal van de platen, vliezen of folie uit onschadelijke stoffen bestaat (bijvoorbeeld kunststoffolie HDPE al of niet in combinatie met bentoniet). 3. Voor het verwijderen van een damwand, diepwand of scherm is artikel 4, onderdeel c, van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel