Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 30

Artikel 30

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Reinigingsdienst OZL

1.. Elk der deelnemende gemeenten waarborgt de betaling der renten en aflossing van de door het lichaam te sluiten geldleningen en in rekening-courant op te nemen gelden naar rato van de stemverhouding. 2.. Indien uit het vorige lid bepaalde voor de deelnemende gemeenten betalingen voortvloeien, zullen deze door de deelnemende gemeenten onderling worden verrekend. HOOFDSTUK V ARCHIEF ARTIKEL 31 1.. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de bij deze regeling ingestelde organen overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen regeling, welke aan Gedeputeerde Staten moet worden medegedeeld. 2.. Gedeputeerde Staten oefenen toezicht uit op de in het eerstel id aan het algemeen bestuur opgedragen zorg voor de archiefbescheiden overeenkomstig de artikelen 55 - 61 van het Archiefbesluit, voorzover deze van toepassing zijn op de organen van de gemeenten. 3.. De secretaris-directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden, voorzover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Heerlen. 4.. De archivaris van de gemeente Heerlen oefent toezicht uit op het in het vorige lid bedoelde beheer. 5.. Voor de bewaring van de op grond van artikel 5, lid 1, van de Archiefwet 1962 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde organen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Heerlen. 6.. De onder het vorig lid bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van de gemeente Heerlen. HOOFDSTUK VI TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING ARTIKEL 32 1.. Toetreding tot de gemeenschappelijke regeling is mogelijk bij besluit van de raad respectievelijk het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de toetredende gemeente, nadat het algemeen bestuur met deze toetreding heeft ingestemd. 2.. De toetreding gaat in zodra opname in de registers als bedoeld in artikel 27 van de wet heeft plaatsgevonden. 3.. Het algemeen bestuur doet het nodige om de gevolgen van toetreding te regelen en kan aan de toetreding voorwaarden verbinden. ARTIKEL 33 1.. De deelnemers hebben de mogelijkheid om, met inachtneming van de door het algemeen bestuur daaraan te verbinden voorwaarden, uit de regeling te treden bij een daartoe strekkend besluit van de raad respectievelijk het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, dat wordt toegezonden aan het algemeen bestuur. 2.. Zolang het aantal deelnemers aan de regeling twee bedraagt dient de uittredende deelnemer de andere deelnemer te compenseren voor de verliezen die laatstgenoemde lijdt door het uittreden. 3.. De hoogte van de financiële compensatie wordt bepaald door een onafhankelijk deskundige. 4.. De compensatie wordt in een periode van vijf jaar afgebouwd. 5.. De uittreding gaat niet eerder in dan op 31 december van het jaar, volgend op dat waarin toestemming van het algemeen bestuur is verkregen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel