1.. Met inachtneming van artikel 8 kan het college op aanvraag een vervoersvoorziening toekennen voor het begin van het weekeinde en de vakantie aan ouders van de leerling die in de gemeente wonen en wiens kind in een internaat, pleeg- of gastgezin verblijft om passend speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs te volgen. Het vervoer vindt plaats van de school naar het woonadres van de ouders van de leerling.

2.. Het college kent aan de ouders van de leerling een vervoersvoorziening toe voor het weekeindvervoer van de leerling voor de heen- en terugreis tussen het internaat, pleeg- of gastgezin en de woning van de ouders. De vervoersvoorziening geldt voor eenmaal in het weekeind, voor zover deze weekeinden niet vallen binnen de schoolvakanties zoals bedoeld in het derde lid.

3.. Het college kent aan de ouders van de leerling een vervoersvoorziening toe voor het vakantievervoer. Dit geldt één keer per schoolvakantie (van twee dagen of meer) voor de reis van het internaat waar de leerling verblijft en naar school gaat naar de woning van de ouders en terug. De vakantie moet in de schoolgids van de school staan. Andere vervoersmomenten kunnen worden aangevraagd via jeugdwetvervoer.

4.. Artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing.