1.. Ouders van een leerling die naar een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs gaat, met een gezamenlijk inkomen hoger dan € 31.500,-, krijgen alleen een vergoeding voor het vervoer als de vervoerskosten hoger zijn dan de kosten voor openbaar vervoer over de afstand zoals genoemd in artikel 6, eerste lid.

2.. Ouders van een leerling die naar een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs gaat, met een gezamenlijk inkomen hoger dan € 31.500,-, betalen een eigen bijdrage per kind per schooljaar. Deze bijdrage is gelijk aan de kosten van het openbaar vervoer over de afstand zoals genoemd in artikel 6, eerste lid.

3.. De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van het gebruik van een OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OV-betaalmogelijkheid, welke voor de in artikel 6, eerste lid, bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht of er openbaar vervoer beschikbaar is of daadwerkelijk wordt gebruikt. Hierbij wordt rekening gehouden met kortingen voor de leerling.

4.. Het bedrag van € 31.500,- genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2026 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 31.500,-.

5.. Dit artikel geldt niet voor gehandicapte leerlingen.