1.. Een vervoersvoorziening wordt verstrekt voor de afstand tussen de woning van de leerling (of opstapplaats) en de dichtstbijzijnde toegankelijke school.

2.. Een vervoersvoorziening wordt ook verstrekt over de afstand tussen de woning van de leerling (of de opstapplaats) en:

  • - de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waar de leerling vandaan komt; of
  • - een andere speciale school voor basisonderwijs als het vervoer daarheen goedkoper is voor het college dan naar de school genoemd onder a.

3.. Als ouders een vervoersvoorziening aanvragen voor een school die verder weg ligt dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school vanwege specifieke onderwijsbehoeften van de leerling, wordt dit alleen toegekend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • - de ouders hebben voldoende aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijsbehoefte van de leerling is;
  • - de ouders hebben aangetoond dat de dichtstbijzijnde school niet toegankelijk is, omdat het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod ontbreekt.