1.. Een aanvraag voor leerlingenvervoer wordt gedaan, voor het woonadres waar de leerling feitelijk en structureel verblijft. Inschrijving in de gemeente is hiervoor niet doorslaggevend.

2.. Een tijdelijke vervoersvoorziening kan worden toegekend als de leerling:

  • - van leerlingenvervoer gebruik maakt in de eigen gemeente (A); en,
  • - een korte periode (maximaal zes weken) in een andere gemeente (B) verblijft; en,
  • - de oude school blijft bezoeken; en,
  • - na die periode terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente (A).

Deze uitzondering geldt niet als de leerling vanwege vakantie ergens anders verblijft.

3.. In alle andere situaties waarin een leerling ergens tijdelijk verblijft, is het eerste lid van toepassing.