1.. Ouders en/of verzorgers zijn verantwoordelijk voor het schoolbezoek en de begeleiding van hun kind of kinderen. Van ouders wordt verwacht dat zij – in redelijkheid – aanpassingen in hun leven maken, zodat zij de leerling naar school kunnen begeleiden of vervoeren. Te denken valt bijvoorbeeld aan aanpassing van de werktijden of de aanschaf van een vervoersmiddel.

2.. Van ouders wordt verwacht dat zij – eventueel met behulp van de school – aan ouders van klasgenoten vragen of zij de leerling op tenminste één vaste dag per week naar school kunnen brengen of begeleiden als zij dat zelf niet kunnen.

3.. Van ouders wordt verwacht dat zij anderen in hun omgeving vragen of zij de leerling op tenminste één vaste dag per week naar school kunnen brengen of begeleiden als zij dat zelf niet kunnen.

4.. De volgende belemmeringen kunnen maken dat begeleiding door ouders niet mogelijk is of tot ernstig nadeel voor het gezin leidt:

  • - De ouder van een één-oudergezin kan aantonen dat hij of zij het werk of de inburgering niet langer kan uitoefenen wanneer hij of zij zorg moet dragen voor de begeleiding van en naar school van de leerling. Hiervoor moet een werkgeversverklaring worden overgelegd met een weekrooster en werktijden. Het volgen van een voltijdsopleiding wordt gelijkgesteld met werk of de inburgering. Hiervoor moeten het inschrijfbewijs en het lesrooster worden overgelegd.
  • - De ouder van een één-oudergezin moet meerdere kinderen uit hetzelfde gezin, jonger dan 9 jaar, tegelijkertijd naar een andere school brengen. Het kind dat moet reizen naar het speciaal (basis)onderwijs kan in dit geval in aanmerking komen voor aangepast vervoer. Aannemelijk moet worden gemaakt dat een andere oplossing (zoals het inschakelen van buren of familie of voor- en naschoolse opvang) niet mogelijk is.
  • - Er zijn structurele medische redenen die ouders belemmeren om hun kind te begeleiden. Dit moet worden vastgesteld door een medisch deskundige (geen huisarts).
  • - Het begeleiden van een kind van en naar school duurt langer dan drie uur per dag. Dit komt neer op minimaal drie kwartier per enkele reisafstand. Is de totale reistijd langer dan drie uur en is er geen aantoonbare andere mogelijkheid om vervoer te combineren met andere leerlingen, dan kan de leerling in aanmerking komen voor aangepast vervoer.

5.. Wanneer beide ouders werken op de dagen en tijden waarop de leerling begeleid of vervoerd moet worden, vormt dit géén belemmering. In gezinnen met twee ouders, moeten de ouders deze belemmering zelf wegnemen, ook wanneer dit gevolgen heeft voor het werk.

6.. Wanneer begeleiding niet mogelijk is of tot ernstig nadeel voor het gezin leidt, bestaat alleen recht op aangepast vervoer wanneer ouders kunnen aantonen dat:

  • - de belemmering, zoals genoemd in het vierde lid, het brengen of vervoeren van de leerling verhindert én,
  • - de ouders alle aanpassingen, zoals bedoeld in het eerste lid, naar vermogen hebben betracht; én,
  • - de ouders via school de ouders van klasgenoten om hulp hebben gevraagd zoals, bedoeld in het tweede lid; én,
  • - de ouders alle personen in hun omgeving om hulp hebben gevraagd, zoals bedoeld in het derde lid; én,
  • - er ondanks deze inspanningen voor het schoolgaan van de leerling nog steeds geen passende oplossing is gevonden.

7.. Aangepast vervoer wordt alleen toegekend voor de dagen en tijden waarop de belemmeringen van toepassing zijn.