1.. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald door het verschil tussen het bedrag aan toeslagen waarop een gezin met uitsluitend algemene periodieke bijstand in een toeslagenjaar recht heeft, en het bedrag aan toeslagen waarop het gezin volgens de beschikking van de Dienst Toeslagen recht heeft.

2.. Voor de berekening van het recht op bijzondere bijstand als bedoeld in het eerste lid wordt gebruik gemaakt van de proefberekening Dienst Toeslagen. Bij de te maken vergelijking tussen de aan aanvrager feitelijk toegekende toeslagen met die van een gezin wat in een toeslagenjaar uitsluitend algemene bijstand (heeft) ontvang(t)en, wordt bij de uitvraag van het toetsingsinkomen in de Proefberekening uitgegaan van het toetsingsinkomen voor een vergelijkbaar bijstandsgezin. Als er in een toetsingsjaar per 1 januari en/of 1 juli sprake is van medebewoners vanaf 27 jaar wordt uitgegaan van het belastbaar jaarinkomen rekening houdend met kostendelersnorm zoals bedoeld in artikel 22a van de Participatiewet.

3.. Wanneer er sprake is van een situatie waarbij het gezin uit elkaar is gegaan, wordt de bijzondere bijstand, waarop beide ex-fiscaal partners in dat betreffende toeslagenjaar gezamenlijk recht hebben, voor 50% uitbetaald aan ieder van hen. Als de (ex-)partner overleden is, krijgt de aanvrager 100% uitgekeerd.