Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Weigeringsgronden onzelfstandige woonruimte

Onderdeel van Beleidsregel onzelfstandige woonruimte en inwoning

Een aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren van onzelfstandige woonruimte wordt geweigerd indien: de buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt aangevraagd voor een gebouw of deel van een gebouw dat ligt in een gebied dat op de bij deze beleidsregels behorende kaart, zoals opgenomen in bijlage 1, is aangeduid als “gebied waar geen buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt verleend” of is aangeduid als “Buitengebied (inclusief kleine kernen) en industrieterreinen”; op het moment van de aanvraag meer dan 15% van de woningen in de betreffende straat met dezelfde postcode legaal wordt gebruikt voor bewoning van onzelfstandige woonruimte; de omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor onzelfstandige woonruimtes in een woning met een gebruiksoppervlakte wonen van in totaal kleiner dan 60 m²; de omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor meer dan 2 onzelfstandige woonruimtes in een woning met een gebruiksoppervlakte wonen tussen 60 m² en 80 m²; de omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor meer dan 4 onzelfstandige woonruimtes in een woning met een gebruiksoppervlakte wonen tussen 80 m² en 100 m²; de omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor meer dan 6 onzelfstandige woonruimtes in een woning met een gebruiksoppervlakte wonen tussen 100 m² en 120 m²; de omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor meer dan 8 onzelfstandige woonruimtes in een woning met een gebruiksoppervlakte wonen van meer dan 120 m²; er uiterlijke aanpassingen aan het gebouw of deel van het gebouw plaats vinden of plaats moeten vinden, vanwege de onzelfstandige bewoning, zoals extra brand- en/of vluchttrappen; er minder dan 1,5 m² bergruimte op het perceel beschikbaar is per bewoner voor het stallen van fietsen en dergelijke of indien er in de directe omgeving op een loopafstand van 75 meter van het perceel geen (gedeelde) al dan niet openbare voorziening aanwezig is waar fietsen gestald kunnen worden. De bergruimte mag worden verdeeld zolang de totale oppervlakte per bewoner 1,5 m² is. Een (gedeelde) achtertuin voor het stallen van fietsen en dergelijke volstaat ook; sprake is van onder andere een onevenredige aantasting van het stedenbouwkundig beeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de parkeergelegenheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de groenstructuur; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Rechtspraak bij dit artikel