Een aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren van onzelfstandige woonruimte kan worden geweigerd indien:
het belang van de aanvrager niet opweegt tegen het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad. Bij de beoordeling van het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad worden mede betrokken de ligging en de te verwachten vraag naar het type woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft;
de aanvrager geen overeenkomst met de gemeente sluit ter afwenteling van eventuele tegemoetkoming in de vergoeding van nadeelcompensatie op aanvrager als bedoeld in artikel 15.1 en verder Omgevingswet, dan wel vergoeding van deze tegemoetkoming van nadeelcompensatie niet anderszins verzekerd is.
blijkt dat de hoofdtoegang tot het gebouw niet gericht is op de straat.
Artikel 7
Optionele weigeringsgronden onzelfstandige woonruimte
Onderdeel van Beleidsregel onzelfstandige woonruimte en inwoning