Inwoning is middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit toegestaan in gevallen waarin het omgevingsplan inwoning niet toestaat.
Een omgevingsvergunning voor inwoning wordt verleend indien:
bij de aanvraag omgevingsvergunning onderbouwd wordt dat er sprake is van inwoning conform de bij deze beleidsregel opgenomen definitie van inwoning, en;
de inwoning geen onevenredige inbreuk van de volgende aspecten tot gevolg heeft:
het stedenbouwkundig beeld;
de woonsituatie;
de verkeersveiligheid;
de parkeergelegenheid;
de sociale veiligheid;
de milieusituatie;
de groenstructuur;
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.