Op basis van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor passende opvang, ondersteuning en nazorg van slachtoffers van mensenhandel. De belangrijkste pijler hierin is dat er een landelijk dekkend netwerk van zorgcoördinatie geborgd is9Over het vraagstuk van de verantwoordelijkheden die gemeenten hebben bij de opvang en zorg van slachtoffers van mensenhandel heeft een commissie onder voorzitterschap van Henri Lenferink, burgemeester van Leiden in 2015 onderzoek gedaan. De aanbevelingen uit het Rapport van de Commissie Lenferink zijn onder andere overgenomen in het IBP, landelijk programma ‘samen tegen mensenhandel’ en het VNG kader..
Zorgcoördinatie
De zorgcoördinator behartigt de belangen van alle groepen slachtoffers van mensenhandel (ongeacht leeftijd, geslacht en nationaliteit of verblijfstatus), organiseert de hulpverlening, opvang en bescherming. Het belang van zorgcoördinatie is groot voor een slachtoffer zo wordt hij/zij begeleid in het juridische proces (aangifte en/of verblijfsrechtelijk). Daarnaast krijgt een slachtoffer met veel verschillende organisaties (verslavingszorg, maatschappelijke hulp, etc.) en regelingen (in het kader van het regelen van opvang, huisvesting, uitkering, werk, het verblijfstraject en medische hulp, het doen van aangifte, etc.) te maken. De zorgcoördinatie zorgt voor het stroomlijnen van deze processen en stemt ze op elkaar af om zo het slachtoffer hierin te ontzien.
Voor de gemeente Lopik is de zorgcoördinatie ingekocht door de centrumgemeenten Utrecht en Amersfoort bij Moviera. Deze organisatie biedt zowel opvang als ambulante trajecten aan en is het expertisecentrum (huiselijk) geweld binnen afhankelijkheidsrelaties.
Maatschappelijke ondersteuning voor slachtoffers van seksuele uitbuiting is door centrumgemeente Utrecht ingekocht bij Pretty Woman (jongeren) en Belle (meerderjarigen). Belle kan daarnaast ook meegevraagd worden bij prostitutiecontroles en doet aan outreachend werk. Specialistische opvang is bovenregionaal/landelijk opgezet en de zorgcoördinator kan in samenwerking met de landelijke organisatie CoMensha bemiddelen naar deze specialistische opvang als er lokaal geen (wenselijke) mogelijkheden zijn. Tot slot is er bij Veilig Thuis Utrecht een Meldpunt Mensenhandel ingericht. Hierbij voldoen we aan de landelijke aanbevelingen ten aanzien van zorgcoördinatie en opvang van slachtoffers. Belangrijk is dat dit geborgd blijft in de regio en dat hulpverleners, scholen en veiligheidspartners op de hoogte zijn van het zorgaanbod. We zullen het zorgaanbod dan ook onder de aandacht brengen binnen de gemeente en ook bij hulpverleners, scholen en veiligheidspartners in onze contactmomenten.
Belangrijkste taken van de zorgcoördinator zijn casemanagement, het opbouwen en onderhouden van een regionaal en landelijk netwerk, het geven van voorlichting, en preventie. De zorgcoördinator vormt vanuit het zorgdomein de schakel met het strafrechtelijke en het verblijfsrechtelijke en het zorgtraject.
In het IBP is ook afgesproken de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling door gemeenten te verstevigen; uitgewerkt in het landelijke programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ (VWS, J&V en VNG, 2021. In dit programma is ook aandacht voor mensenhandel, met name loverboyproblematiek, opvang van slachtoffers en de zorgcoördinatie voor slachtoffers.
Ketenregisseur
Een ketenregisseur mensenhandel is werkzaam op regionaal niveau. De ketenregisseur versterkt de aanpak mensenhandel door de samenwerking binnen de keten zorg en veiligheid te verbeteren. De ketenregisseur versterkt signalering van en bewustwording over mensenhandel en doet regelmatig onderzoek naar de aard en omvang van mensenhandel. Voor de gemeente Lopik is de ketenregisseur beschikbaar bij het Bureau Regionale Veiligheidsstrategie Midden-Nederland.
De ketenregisseur heeft als werkplek het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) MiddenNederland (Regionaal Team Ondermijning). De ketenregisseur verzorgt de redactie van de Nieuwsbrief mensenhandel Midden-Nederland.
Monitoring
Het is belangrijk om de aanpak van mensenhandel te monitoren en te evalueren. Omdat slachtoffercijfers vaak niet voor handen zijn, moet monitoring breder gaan dan dat: hoeveel signalen komen er naar boven; welke signalen leiden tot een melding; binnen welke groepen komen de meeste meldingen naar voren?
In de gemeente Lopik wordt een intern meldpunt van taakaccenthouders mensenhandel ingesteld waar medewerkers terecht kunnen met signalen. Via dit meldpunt kan elk (klein) signaal op een laagdrempelige manier worden gemeld. De signalen worden verzameld door de aandachtsfunctionaris, die indien nodig worden doorgezet naar de zorgcoördinator en/of politie. Vanuit het meldpunt wordt terugkoppeling gegeven aan medewerkers die signalen doorgeven.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Goede hulp en opvang van slachtoffers
Onderdeel van Beleidsplan Aanpak Mensenhandel voor de gemeente Lopik