In de (ver)koopovereenkomst is opgenomen dat van de zelfbewoningsplicht kan worden afgeweken na schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en wethouders. Hieronder volgen een aantal richtlijnen aan de hand waarvan het college een verzoek tot ontheffing van de zelfbewoningsplicht zal afwegen:
De ontheffing kan alleen van toepassing voor de verhuur van de woning aan 1 huishouden. De verhuring dient te voldoen aan de bepalingen zoals omschreven in de parapluherziening verkamering woningen 2020 : Parapluherziening verkamering woningen 2020: Regels (ruimtelijkeplannen.nl)
In het artikel over de zelfbewoningsplicht is opgenomen dat bewoning of huur door kinderen of kleinkinderen van de koper of door ouders of grootouders van de koper wordt gelijkgesteld aan eigen bewoning. Dat betekent dat hiervoor geen ontheffing verleend hoeft te worden.
Situaties waarbij een ontheffing dient te worden aangevraagd en kan worden overwogen :
bewoning door andere familieleden van de koper zoals een broer of zus, neef of nicht, oom of tante. Ofwel alle tweede of derdegraads familieleden. Daarbij is enkel de familiare band onvoldoende voor een ontheffing. Daarvoor is een combinatie nodig met een van de onderstaande situaties
de eigenaar/bewoner van de woning gaat met zijn gezin voor enige tijd, zijnde langer dan 3 maanden en korter dan twee jaar, elders wonen in verband met studie of werk.
de koper/eigenaar wil de woning laten bewonen door een huishouden waarmee hij/zij een mantelzorg-relatie onderhoudt. Waarbij er sprake kan zijn dat de gebruikers / huurders van de woning mantelzorg ontvangen dan wel verlenen aan de eigenaar van de woning. De mantelzorgrelatie moet overtuigend worden aangetoond en de ontheffing kan worden verleend voor de periode dat er sprake is van de mantelzorgrelatie.
de koper/eigenaar wil de woning laten bewonen door een huishouden waarmee hij/zij eerder een duurzaam huishouden vormde en wat daarnaast onderdak biedt aan zijn/haar kinderen.
de koper/eigenaar wil de woning laten bewonen door 1 huishouden, dat door omstandigheden tijdelijk (maximaal twee jaar) als spoedzoekers kunnen worden aangemerkt, omdat ze snel een (andere) woning nodig hebben en onvoldoende wachttijd voor een passende sociale huurwoning en onvoldoende middelen voor een passende huur- of koopwoning.
In andere dan de hiervoor aangegeven situaties zal geen ontheffing worden overwogen.
Artikel 3
: Toetsings- en beoordelingscriteria vrijstelling zelfbewoningsplicht
Onderdeel van Beleidsregels Zelfbewoningsplicht 2021