Rechtsbeginselen geven richting aan het handelen van alle medewerkers en maken bovendien duidelijk wat aanbieders van deze medewerkers kunnen verwachten.
Legaliteitsbeginsel. In de wet- en regelgeving is bepaald waar toezicht op gehouden wordt en welke bevoegdheden en handhavingsinstrumenten de interne controleur of toezichthouder heeft.
Proportionaliteitsbeginsel. Bij het inzetten van controle is het belangrijk dat de gemeente kiest voor de inzet van het minst zware controlemiddel. De gevraagde inspanning van de aanbieder en de gevraagde gegevens moeten altijd in verhouding staan tot het controledoel. Beantwoordt dit de vraag dan is dat voldoende.
Doelmatigheidsbeginsel. Bij dit beginsel is het belangrijk dat de gemeente het doel van de maatregel voor ogen houdt. Het ingezette middel of in te zetten middelen mag/mogen niet verder doorwerken dan strikt noodzakelijk is voor het beoogde doel.
Subsidiariteitsbeginsel. Dit betekent dat uit alle mogelijkheden het minst verregaande en ingrijpende middel gekozen wordt om het doel te bereiken.
In de toekomst zal een rapport na een toezichtbezoek aan een zorgaanbieder, net zoals al gebeurt bij de landelijk inspectie, openbaar gemaakt worden.
Het openbaar maken van rapporten heeft de volgende doelen:
Bevorderen van de aandacht voor en openheid over de kwaliteit van de zorg.
Stimuleren van minder presterende zorgaanbieders tot verbeteren.
Goede informatie over de zorgkwaliteit helpt bij het kiezen van jeugdhulp.
Openheid over de werkwijze van toezichthouders.
Het openbaar maken van toezichtsrapporten is gebaseerd op de Wet open overheid (Woo). Het gaat om rapporten die zijn opgemaakt naar aanleiding van een toezicht op basis van een risicoanalyse of een intern of extern signaal.