Leden van het college van B&W vertegenwoordigen de gemeente bij bestuurlijke overleggen van een verbonden partij. De vorm waarin dit plaatsvindt is afhankelijk van de gekozen rechtsvorm van een verbonden partij. Bij privaatrechtelijke verbonden partijen gaat het overwegend over aandeelhouderschap. Bij gemeenschappelijke regeling maakt de portefeuillehouder onderdeel uit van het bestuur van een verbonden partij (2Voor een openbaar lichaam is dat het Algemeen bestuur (daarnaast kent deze rechtsvorm ook een uit de AB-leden te vormen Dagelijks bestuur). Voor de bedrijfsvoeringsorganisatie is dat het bestuur (één bestuurslaag) en voor andere vormen wordt het meestal als ‘bestuurlijk overleg’ aangeduid.). Bij het opstellen van de portefeuilleverdeling bij aanvang van een collegeperiode wordt ook een verdeling gemaakt van vertegenwoordiging bij verbonden partijen. Voor elke verbonden partij wordt een eerste en tweede vertegenwoordiger bepaald.
De vertegenwoordiger namens het college van B&W spreekt namens de gemeente Kampen tijdens een bestuurlijk overleg, aandeelhoudersvergadering enz. De afspraak is dat agenda’s van bestuurlijk overleggen altijd met een annotatie in het college worden besproken en vastgesteld zodat een gedeeld standpunt namens de gemeente Kampen kan worden ingenomen bij het bestuurlijk overleg van de verbonden partij. Na de bestuursvergadering van verbonden partijen met een hoog risicoprofiel verschaft de portefeuillehouder daarvan ook een terugkoppeling aan college en schriftelijk in de raadscommissie.
Voor verbonden partijen met een hoog bestuurlijk profiel en/o een hoog financieel risicoprofiel kan het verstandig zijn om de rollen van opdrachtgever en eigenaar te onderscheiden. Dit omdat belangenverstrengeling kan ontstaan doordat de gemeente zowel als opdrachtgever (klant), eigenaar (aandeelhouder) en/of toezichthouder (commissaris) optreedt. Wat het beste is voor een verbonden partij, is niet altijd het beste voor de gemeente en vice versa. Dit is verder uitgewerkt in hoofdstuk 5, governance.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1.1
Artikel 3.2
Rol van het college
Onderdeel van Nota Verbonden Partijen 2025