Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2

Rolverdeling en acties bij aanloopfase oprichting verbonden partij

Onderdeel van Nota Verbonden Partijen 2025

In het algemeen zal een onderzoek tot het aangaan van bestuurlijk samenwerking op initiatief van het college worden genomen. Het college informeert de raad tijdig over een gegeven opdracht tot een dergelijk onderzoek. Als het college vervolgens het voornemen heeft om daadwerkelijk over te gaan tot het aangaan van bestuurlijke samenwerking in de vorm van een verbonden partij, dan zal het college tijdig met een opiniërende nota de raad betrekken bij dit voorgenomen besluit, waarbij de raad gelegenheid heeft tot kaderstelling. Daarbij geeft het college met behulp van het afwegingskader aan, welke overwegingen hebben geleid tot het voornemen om samenwerking vorm te geven in een verbonden partij. Hierna volgt een formele procedure zoals wettelijk voorgeschreven, namelijk: voor het treffen van een gemeenschappelijke regeling (artikel 1 of 51 WGR): Ieder college dat voornemens is deel te nemen aan een GR zendt het ontwerp van de regeling aan de gemeenteraad. De raden kunnen na ontvangst binnen acht weken aan het college laten weten of zij een zienswijze op het ontwerp van de regeling indienen, of laten het zo snel mogelijk weten wanneer de raad hier geen gebruik van wil maken. Na eventuele behandeling en (al dan niet) verwerking van ontvangen zienswijze(n) zenden de colleges het ontwerp van de regeling aan de raad voor het verkrijgen van toestemming voor het treffen van de regeling. Die toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Na verkregen toestemming neemt het college het definitieve besluit tot het treffen van de regeling. voor het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon (artikel 160 Gemeentewet): Als het college voornemens is over te gaan tot het oprichten van of deelnemen in een privaatrechtelijke rechtspersoon, dan een daartoe opgesteld ontwerp-besluit aan de raad toegezonden, waarbij de raad in de gelegenheid wordt gesteld wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Daarna kan het college overgaan tot definitieve besluitvorming. Deze wettelijke procedures worden ook gevolgd als sprake is van een wijziging in de regeling c.q. de statuten. Zoveel als mogelijk wordt de raad ook volgens hetgeen in de eerste alinea is aangegeven betrokken bij dat proces.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel