Individuele aanvrager
Om een positieve beoordeling te krijgen moet worden voldaan aan criteria 1, 2 en 3 en minimaal twee van de overige drie criteria; 4, 5 en 6.
1. De inkomensnorm
- - Het verzamelinkomen van de kandidaat mag in het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar van toetsing niet hoger zijn dan € 49.669,-, prijspeil 2025. Deze grens wordt jaarlijks aangepast aan de inkomensgrens voor de primaire doelgroep van corporaties als bedoeld in artikel 48 van de Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015;
- - Bij sterke fluctuaties in het inkomen kan op verzoek van de kandidaat in plaats van het verzamelinkomen over het voorafgaande kalenderjaar, een gemiddelde over de drie voorafgaande jaren worden gehanteerd.
2.De doorstroomregeling
De kandidaat dient te voldoen aan de kaders van het vigerende Atelier- en Broedplaatsenbeleid.
3. De kandidaat is maker in een kunstzinnige discipline en werkt professioneel en zelfstandig.
- - De kandidaat kan de beroepspraktijk/kunstdiscipline aantonen aan de hand van productie, presentatie, erkenning en motivatie;
- - Het betreft een zelfstandige artistieke werkpraktijk van minimaal 24 uur in de week.
4. De werkzaamheden van de kandidaat verhouden zich tot de ontwikkelingen in het professionele circuit. Uit het portfolio blijkt:
- - artistiek inhoudelijke kwaliteit
- - artistiek onderzoek en ontwikkeling;
- - vakmanschap, authenticiteit, ambitie en talent.
5. Er is sprake van een eigen signatuur en auteurschap, ook binnen opdrachten.
Uit het portfolio blijkt een onmiskenbaar eigen inbreng en handschrift in zowel vrij werk als werk in opdracht;
6. De kandidaat wordt aantoonbaar erkend door het beroepenveld en het professionele circuit.
Erkenning uit zich in de manier waarop de kandidaat naar buiten treedt. Bijvoorbeeld door:
- - deelname aan professionele beurzen, (film)festivals, tentoonstellingen;
- - optredens in instellingen voor beeldende kunst, theater of muziek;
- - vertegenwoordiging door een agent of galerie;
- - recensies van werk of vernoeming door vakpers;
- - erkenning van fondsen;
- - online zichtbaarheid en erkenning.
Enkel deelname aan een open atelierroute, of verkoop van het geproduceerde werk is niet voldoende.
Aanvullende criteria voor ateliers van Gemeentelijk Vastgoed en atelierwoningen van corporaties.
In het geval van bijzondere woon- en of werkplekken kunnen een of meerdere van de volgende criteria worden gehanteerd:
- - Het professionaliteitscriterium weegt zwaarder, zoals de onderzoekende/vernieuwende houding ten aanzien van de eigen werkpraktijk, eigen discipline, de wijze waarop de kandidaat naar buiten treedt, en eventueel samenwerkingen aangaat;
- - Er wordt nadrukkelijker getoetst op kwaliteit (artistieke/conceptuele/inhoudelijke uitgangspunten en de wijze waarop de kandidaat dit tot uitdrukking laat komen in het werk en de beheersing van gekozen middelen);
- - De kandidaat heeft aantoonbaar presentaties, optredens of exposities bij gerenommeerde instellingen gehouden en/of is in het bezit van aanbevelingen, stipendia en/ of prijzen van gerenommeerde organisaties en/ of deskundigen;
- - De werkpraktijk van de kandidaat heeft aantoonbaar waarde voor de stad en/of buurt. Er is sprake van een lokale betrokkenheid die in het werk van de kandidaat te herkennen is.
- - De kandidaat heeft voor minimaal vijf jaar een (inter)nationale carrière, en en zich op topniveau bewezen;
- - Er wordt rekening gehouden met de staat van dienst gedurende de gehele carrière.
Stichting of vereniging
Een stichting of vereniging dient te voldoen aan de volgende criteria:
- - Uit de statuten blijkt dat het doel van de stichting of vereniging is het produceren van kunst.
- - Uit het portfolio van de stichting of vereniging blijkt dat de organisatie het jaar voorafgaand aan de aanvraag actief heeft gewerkt aan de doelstelling tot kunstproductie door vermelding van aantallen exposities, theatervoorstellingen, enz.
- - Het moet aannemelijk worden gemaakt dat de te huren ruimte voor tenminste 2/3 (qua vloeroppervlak of in tijd) wordt gebruikt door personen die voldoen aan de toetsingscriteria voor individuele aanvragers.
- - De stichting of vereniging beargumenteert waarom verhuur van de ruimte noodzakelijk is aan een stichting of vereniging.
- - Organogram plus overzicht van het bestuur van de artistiek- en zakelijk leiding van de stichting.
- - Uit het jaarverslag van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar van de aanvraag blijkt dat de inkomsten van de directeur of werknemers (in vaste dienst of als zzp’er) niet hoger zijn dan de inkomensnorm in artikel 4 lid 1a. Als de initiatiefnemers onderdeel zijn van het Amsterdams kunstenplan, het fonds podiumkunsten of de BIS, geldt deze norm niet. In dat geval moet de fair practice code worden onderschreven, gehanteerd en toegelicht in het jaarverslag.
Mogelijkheid tot afwijken
De commissie kan in bijzondere omstandigheden afwijken van de criteria, mits zij de reden van de afwijking in haar toetsing besluit beargumenteerd en vastlegt.
Geldigheidsduur
Een positieve toets blijft geldig gedurende drie jaar na behandeling in de commissievergadering.