Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.2

Artikel 4.2.2

Halfopen coulissenlandschap

Onderdeel van Toetsingskader Groene Schakel

Toetsingskader nieuwe woningen / woonerven halfopen coulisselandschap Binnen het halfopen coulisselandschap is het toevoegen van bebouwing niet toegestaan zonder dat daarvoor per saldo het bebouwd oppervlak afneemt. De gemeente Zuidplas wil in dit gebied de bebouwing in absolute zin verminderen en stimuleert de sloop van bebouwing door middel van een ruimte-voor-ruimte-regeling. Partijen krijgen daarvoor de mogelijkheid een woning toe te voegen binnen een zoekzone langs de Bierhoogtweg, Tweede Tochtweg en Zuidplasweg, mits zij voldoen aan dezelfde kaders als in het open polderlandschap (zie hierboven). Toetsingskader bestaande grondgebonden agrarische bedrijven halfopen coulisselandschap In het halfopen coulisselandschap gelden voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven dezelfde kaders als in het open polderlandschap (zie hierboven). Toetsingskader bestaande niet-agrarische bedrijven halfopen coulisselandschap: Principe niet-agrarische bedrijven halfopen coulisselandschap Voor bestaande bedrijven binnen het coulisselandschap is een kleinschalige uitbreiding mogelijk onder ten minste de volgende voorwaarden én passend binnen de geboden ruimte van het vigerende bestemmingsplan: Bestaande en nieuwe bebouwing wordt landschappelijk ingepast met een groene omkadering van streekeigen erfbeplanting, waar mogelijk de aanleg van een strook broekbos (coulis) aan de noordzijde en natuurvriendelijke oevers met riet en/of andere opgaande gebiedseigen/natuurlijke beplanting op bijvoorbeeld de zijdelingse erfgrenzen mits dat fysiek mogelijk is. Aan de zuidzijde kan er gekozen worden voor een gelaagde opbouw van water en rietoever in combinatie met een broekbos, griendbos of rietmoeras. De toets op de groene inpassing en het type en soort van erfbeplanting zal door de gemeente gebeuren, zo nodig, in overleg met de provincie. Indien de aanleg van een strook broekbos in de lengterichting langs de kassen ruimtelijk niet mogelijk is, dient er een alternatieve oplossing aangedragen te worden. Uitbreiding van het oppervlak aan bebouwing bedraagt maximaal 10% van het bestaande bebouwde (legale) oppervlak. Een toename van meer dan 10% aan bebouwing wordt minimaal 1:1 gecompenseerd door de sloop van andere bedrijfsbebouwing in de Groene Schakel; Uitbreiding van het oppervlak aan verharding (bebouwing plus overige verharding) bedraagt maximaal 10% van het bestaande verharde (legale) oppervlak. Een toename van meer dan 10% aan verharding wordt minimaal 1:1 gecompenseerd door het verwijderen van andere verharding in de Groene Schakel; Het gaat om lichte bedrijvigheid (met een lage milieucategorie), bij voorkeur gericht op recreatie, landschap en/of natuur. Het aantal bewegingen van zowel vrachtverkeer als overig gemotoriseerd verkeer neemt niet toe en er is geen sprake van de inzet van grotere voertuigen. De uitbreiding vindt plaats aan de achterzijde van het erf, achter de woonbebouwing aan het lint. Zo blijven belangrijke doorzichten vanaf het lint behouden, evenals de karakteristieke erfopzet met een voorerf (wonen) en een achtererf (bedrijf). De uitbreiding vindt plaats buiten de reserveringszone voor de ecologische verbindingszone (EVZ). Er wordt aandacht gegeven aan de in de toekomst te verhogen waterpeilen. Hierover vindt afstemming plaats met het hoogheemraadschap. Bij voorkeur wordt de bebouwing ook gebruikt voor het opwekken van duurzame (zonne-)energie. De plek waar bedrijfsbebouwing is verwijderd, wordt ingericht met natuurtypen die passen bij de visie voor de zone, bijvoorbeeld bloemrijke graslanden en/of natte (moeras)natuur. Toetsingskader kassen halfopen coulisselandschap: Principe kassen in halfopen coulisselandschap Voor bestaande glastuinbouwbedrijven binnen het coulisselandschap is een kleinschalige uitbreiding mogelijk onder ten minste de volgende voorwaarden én passend binnen de geboden ruimte van het vigerend bestemmingsplan: Bestaande en nieuwe bebouwing / kassen worden landschappelijk ingepast door de aanleg van een strook broekbos (coulis) in de lengterichting langs de kassen aan de noordzijde waarbij rekening gehouden wordt met het voorkomen van schaduw op de kassen. Tevens worden natuurvriendelijke oevers met riet en/of andere opgaande gebiedseigen/natuurlijke beplanting op bijvoorbeeld de zijdelingse erfgrenzen toegepast, mits dat fysiek mogelijk is. Aan de zuidzijde kan er gekozen worden voor een gelaagde opbouw van water en rietoever in combinatie met een broekbos, griendbos of rietmoeras. De toets op de groene inpassing en het type en soort van erfbeplanting zal door de gemeente gebeuren, zo nodig, in overleg met de provincie. Indien de aanleg van een strook broekbos in de lengterichting langs de kassen ruimtelijk niet mogelijk is, dient er een alternatieve oplossing aangedragen te worden. Uitbreiding van het oppervlak aan bebouwing bedraagt maximaal 10% van het bestaande bebouwde (legale) oppervlak. Een toename van meer dan 10% aan bebouwing wordt minimaal 1:1 gecompenseerd door de sloop van andere bedrijfsbebouwing in de Groene Schakel; Uitbreiding van het oppervlak aan verharding (bebouwing plus overige verharding) bedraagt maximaal 10% van het bestaande verharde (legale) oppervlak. Een toename van meer dan 10% aan verharding wordt minimaal 1:1 gecompenseerd door het verwijderen van andere verharding in de Groene Schakel; De uitbreiding reikt (gemeten vanaf het midden van het lint): ten noordoosten van de Tweede Tochtweg maximaal tot 275 meter diep, zodat de kassen los blijven van de in het masterplan voorgestelde middensloot en de weidsheid van het aangrenzende open polderlandschap behouden blijft; aan de zuidwestzijde van de Tweede Tochtweg, aan de noordoostzijde van de Eerste Tochtweg en aan de noordoostzijde van de Zuidplasweg maximaal tot aan de middensloot. De uitbreiding vindt plaats buiten de reserveringszone voor de ecologische verbindingszone (EVZ). De uitbreiding vindt plaats achter de woonbebouwing aan het lint. Zo blijven belangrijke doorzichten vanaf het lint behouden, evenals de karakteristieke erfopzet met een voorerf (wonen) en een achtererf (grotere schuren en bedrijfshallen) en daarachter de kassen. Het aantal bewegingen van zowel vrachtverkeer als overig gemotoriseerd verkeer neemt niet toe en er is geen sprake van de inzet van grotere voertuigen. Er wordt aandacht gegeven aan de in de toekomst te verhogen waterpeilen. Hierover vindt afstemming plaats met het hoogheemraadschap. Bij voorkeur worden kassen en bebouwing ook gebruikt voor het opwekken van duurzame (zonne-)energie. De plek waar kassen zijn verwijderd, wordt ingericht met natuurtypen die passen bij de visie voor de zone, bijvoorbeeld bloemrijke graslanden en/of natte (moeras)natuur. Provinciaal beleid voor uitbreiding ‘bestaande glastuinbouwbedrijven’ Daarnaast gelden voor de uitbreiding van ‘bestaande glastuinbouwbedrijven’ de volgende voorwaarden uit artikel 6.18 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland: Nieuwe agrarische bebouwing is alleen mogelijk als deze noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering van volwaardige agrarische bedrijven. Nieuwe agrarische bebouwing, uitgezonderd kassen en schuilgelegenheden voor vee, wordt geconcentreerd binnen een bouwperceel van maximaal 2 hectare. Bij een volwaardig agrarisch bedrijf wordt ten hoogste één agrarische bedrijfswoning toegelaten. Nieuwe kassen worden alleen toegelaten bij bestaande volwaardige glastuinbouwbedrijven tot een oppervlak van 2 hectare per bedrijf. In afwijking hiervan kan een bestemmingsplan voorzien in een oppervlak van meer dan 2 hectare kassen bij een bestaand volwaardig glastuinbouwbedrijf, mits: In gelijke mate duurzame sanering van bestaande kassen buiten het glastuinbouwgebied plaatsvindt of een combinatie van ten minste 50% duurzame sanering van bestaande kassen en ruimtelijke maatregelen als bedoeld in artikel 6.9, derde lid plaatsvindt. De uitbreidingslocatie niet is gelegen binnen een gebied met beschermingscategorie 1 of 2, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II; De kassen op de saneringslocatie zijn opgericht voor 1 januari 2014; Gebleken is dat verplaatsing van het uit te breiden bedrijf naar een glastuinbouwgebied geen reële mogelijkheid is; en De belangen van andere functies in de omgeving van de uitbreidingslocatie niet in onevenredige mate worden geschaad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel