De speeltuinorganisatie, die voor een subsidie en/of renteloos voorschot als bedoeld in artikel 9 in aanmerking wenst te komen dient, alvorens met de uitvoering der werkzaamheden een aanvang wordt gemaakt, op de ingediende subsidieaanvraag de principebeslissing van de bestuurscommissie af te wachten.
Onverminderd het bepaalde in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht verstrekt de aanvrager bij zijn subsidieaanvraag de volgende gegevens en bescheiden:
een uitgewerkt plan van uit te voeren werkzaamheden;
een gespecificeerde begroting inclusief financieringsplan;
een motivering.
ARTIKEL 11
De speeltuinorganisatie verbindt zich het renteloos voorschot a pari af te lossen in tien jaarlijkse termijnen elk groot 1/10 deel van het verstrekte voorschot. De aflossingstermijnen vervallen op 1 juli van elk jaar; voor de eerste maal op 1 juli volgend op het jaar waarin het voorschot werd verstrekt.
In de schuldbekentenis worden nadere bepalingen opgenomen inzake aflossing, nalatigheid in de betaling en niet voldoening van de aflossing.
ARTIKEL 12
Indien het project niet binnen een jaar na de indiening der aanvrage tot stand komt, kan het besluit tot verlening van een subsidie/renteloos voorschot worden ingetrokken. De speeltuinorganisatie waaraan het subsidie/renteloos voorschot is verleend, dient dan de haar ingevolge artikel 9 van deze verordening eventueel reeds beschikbaar gestelde gelden op eerste aanzegging van de bestuurscommissie terug te betalen.
Van deze bepaling kan op verzoek van en afhankelijk van de omstandigheden door de bestuurscommissie worden afgeweken, en kan de termijn worden verlengd met ten hoogste een jaar.
HOOFDSTUK IV
ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN
ARTIKEL 13
Voor subsidieverlening ingevolge deze verordening komen in aanmerking de speeltuinorganisaties, die voldoen aan de door burgemeester en wethouders op voorstel van de bestuurscommissie te stellen voorwaarden inzake aanleg, inrichting en exploitatie der speeltuinen.