Door eerst eigen kracht te benutten, kunnen middelen efficiënter worden ingezet. Zo blijft er meer ruimte voor mensen die echt hulp-op-maat nodig hebben.

Er is een onderscheid tussen begeleiding en behandeling. Het accent van begeleiding ligt op het eigen maken van vaardigheden of nieuw gedrag door de inwoner door langdurig oefenen en trainen. Het is een tussenvorm waarbij behandeling te zwaar is en de ondersteuning van de eerstelijns hulpverlener (zoals (jeugd)verpleegkundige of Voormekaar) of een vrijwilliger niet toereikend is. Voor behandeling gelden zwaardere functie-eisen (minimaal postmaster Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) voor de regiebehandelaar) dan bij begeleiding (Hbo-opleiding, SKJ-registratie). Soms kan binnen behandeling diagnostiek en advisering volstaan om (het systeem van) de inwoner voldoende handvatten te geven om met de problematiek om te gaan en is behandeling of zelfs begeleiding niet noodzakelijk.

Onder de Wmo geldt dat als er reële behandelmogelijkheden zijn, van de inwoner verwacht mag worden dat hij gebruik maakt van de behandelmogelijkheden en zich inspant om de behandeling optimaal te laten verlopen. In het kader van de eigen kracht mag gevraagd worden dat de inwoner zich inzet om een zo goed mogelijk resultaat te behalen met behandeling. Hulp-op-maat kan in een dergelijke situatie anti-revaliderend werken. Mocht de inwoner geen gebruik willen maken van de behandeling of zich niet willen inspannen om de behandeling goed te laten verlopen, kan hulp-op-maat vanuit de Wmo worden geweigerd.

Anders is het als er sprake is van een wachtlijst voor behandeling. In dat geval zou hulp-op-maat ter overbrugging kunnen worden ingezet. Ook kan hulp-op-maat naast een te volgen behandeling of revalidatie worden toegekend. Hierover is (met toestemming van de inwoner) afstemming met de behandelaar nodig. Een dergelijke indicatie heeft dan in principe een korte geldigheidsduur, afgeleid van de duur van het behandel- of revalidatietraject.

Voorbeeld

Een inwoner meldt zich bij de gemeente met het verzoek om diverse woningaanpassingen en een scootmobiel vanwege chronische pijnklachten. Uit het onderzoek naar de melding blijkt dat een multidisciplinaire behandeling een reële kans op verbetering van de klachten geeft, maar de inwoner staat hier niet voor open. De gemeente wijst in dat geval de aanvraag voor de Wmo-voorzieningen af. De redenering is dan dat iemand alleen hulp-op-maat kan krijgen als de behandelingsmogelijkheden al zijn benut en de mogelijkheid tot behandeling niet meer open staat.

De gemeente verstrekt hulp-op-maat alleen als iemand niet op eigen kracht, inclusief mogelijkheden om die eigen kracht te versterken zoals gebruikelijke hulp, mantelzorg, algemene voorzieningen en verzekeringen, in de hulpvraag kan voorzien, waarbij rekening wordt gehouden met de individuele situatie en beperkingen van de cliënt of jeugdige, en de gemeente stimuleert het probleemoplossend vermogen van burgers en hun omgeving om maatschappelijke ondersteuning te minimaliseren.

Eigen kracht van het gezin

Ga na of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden zoals bepaald in artikel 4.1.2.van de Verordening. De eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen worden ook wel de ‘eigen kracht’ genoemd. Er wordt dus uitgegaan van de ‘eigen kracht’ van de jeugdige, zijn ouders en het sociale netwerk. Bij stap 4 wordt dus onderzocht wat de mogelijkheden van de jeugdige zelf en diens sociale omgeving zijn tegen de achtergrond van de specifieke problematiek van de jeugdige. Het gaat om een individuele afweging.