Naar hoofdinhoud
1. Gedeputeerde staten verlenen geen algemeen mandaat aan hun leden. 2. Een mandaat voor een bepaald geval, verleend aan een lid van gedeputeerde staten, is slechts van kracht indien de verlening schriftelijk is vastgelegd. 3. In afwijking van het eerste lid is het betrokken lid van gedeputeerde staten bevoegd: adviezen te geven als bedoeld in artikel 10 van de Wet ziekenhuisvoorzieningen; subsidies te verstrekken tot ? 4.500,-. Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel