Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling › Paragraaf

Artikel 5.1.2

Artikel 5.1.2

Onderdeel van Verordening ter bescherming van het milieu (Pmv)

1. De milieubeschermingsgebieden, bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onder a, van de wet, bestaan uit a. een waterwingebied en een boringsvrije zone, b. een waterwingebied, een boringsvrije zone en een grondwaterbeschermingsgebied, of c. een waterwingebied en een grondwaterbeschermingsgebied. 2. Grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in het eerste lid worden in verband met de mate van kwetsbaarheid van de winning aangemerkt als niet kwetsbaar, kwetsbaar of zeer kwetsbaar. 3. Milieubeschermingsgebieden, bestaande uit een waterwingebied en een boringsvrije zone zijn de gebieden Amersfoort-Koedijkerweg, De Meern, Eempolder, Leidsche Rijn, Lexmond, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Rhenen, Tull en’t Waal, Veenendaal, Vianen en Woudenberg. 4. Milieubeschermingsgebieden, bestaande uit een waterwingebied, een niet kwetsbaar grondwaterbeschermingsgebied en een boringsvrije zone zijn de gebieden Cothen en Linschoten. 5. Milieubeschermingsgebieden, bestaande uit een waterwingebied en een kwetsbaar grondwaterbeschermingsgebied zijn de gebieden Beerschoten, Bunnik, Groenekan, Soest en Woerden-Kamerik. 6. Milieubeschermingsgebieden, bestaande uit een waterwingebied en een zeer kwetsbaar grondwaterbeschermingsgebied zijn de gebieden Amersfoort-Berg, Baarn, Bethunepolder, Bilthoven, Doorn, Driebergen, Lage Vuursche, Leersum, Soestduinen en Zeist. 7. De in het derde tot en met zesde lid aangewezen milieubeschermingsgebieden zijn aangegeven op de kaarten die in de bij deze verordening behorende bijlage 6, onderdeel A, zijn opgenomen. Op die kaarten is het in die leden gemaakte onderscheid aangegeven, waarbij tevens in het waterwingebied van het milieubeschermingsgebied Bethunepolder het gebied Waterleidingkanaal is onderscheiden. Gedeputeerde staten kunnen een grens indien nodig nader bepalen. 8. Op de in het zevende lid bedoelde kaarten zijn tevens de gebieden aangeduid die bijzondere aandacht behoeven ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning. 9. Het betrokken waterleidingbedrijf plaatst langs alle openbare wegen en vaarwateren die toegang geven tot een waterwingebied en tot een grondwaterbeschermingsgebied dan wel daaraan grenzen, op of nabij de grenzen van het gebied borden die bij het betreffende gebied horen en waarvan het model is vastgesteld in bijlage 6, onderdeel B. Zonodig plaatst het betrokken waterleidingbedrijf ook op de overige delen van de grens van een waterwingebied borden of markeert het de grens op andere wijze. De bij het model aangegeven tekst kan ook volledig in kleine letters worden opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel