1. Gedeputeerde staten stellen voor de in artikel 5.1.2. aangewezen milieubeschermingsgebieden de regels vast die nodig zijn ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning.
2. Tot de in het eerste lid bedoelde regels kunnen regels behoren met betrekking tot inrichtingen als bedoeld in artikel 1.2, zesde lid, van de wet.
3. Tot de in het eerste lid bedoelde regels kunnen voor grondwaterbeschermingsgebieden voor handelingen en gedragingen buiten inrichtingen op of in de bodem uitsluitend regels behoren met betrekking tot:
a. buisleidingen,
b. licht verontreinigde grond,
c. verhardingen en gebouwen,
d. boorputten en boringen,
e. grond- en funderingswerken en constructies,
f. vloeistofinjectie,
g. warmte- en koudeopslag,
h. begraafplaatsen en uitstrooivelden,
i. bestrijdingsmiddelen,
j. zuiveringsslib, en
k. meststoffen, niet zijnde kunstmeststoffen, dierlijke meststoffen, compost, zuiveringsslib of zwarte grond.
4. Tot de in het eerste lid bedoelde regels kunnen voor boringsvrije zones voor handelingen en gedragingen buiten inrichtingen op of in de bodem uitsluitend regels behoren met betrekking tot boorputten en boringen.
5. De in het derde en vierde lid bedoelde regels houden met betrekking tot het gebruik van aan te wijzen stoffen en te verrichten handelingen in elk geval in:
a. een verbod,
b. de gevallen van vrijstelling van een ingesteld verbod,
c. algemene regels, waaronder begrepen een meldingsplicht voorafgaand aan het voorgenomen gebruik of de voorgenomen handeling,
6. Gedeputeerde staten kunnen voor afzonderlijke milieubeschermingsgebieden afzonderlijke regels stellen.
7. Voor het waterwingebied in de Bethunepolder, met uitzondering van het waterwingebied Waterleidingkanaal:
a. zijn de regels voor waterwingebieden niet van toepassing maar
b. zijn de regels voor zeer kwetsbare grondwaterbeschermingsgebieden van toepassing; onverminderd het zesde lid.
8. Alvorens gedeputeerde staten van de hen in in dit artikel gegeven bevoegdheid gebruik maken, horen zij de commissie en de inspecteur.
Hoofdstuk › Afdeling › Paragraaf
Artikel 5.1.3
Artikel 5.1.3
Onderdeel van Verordening ter bescherming van het milieu (Pmv)