1. Voor de melding, bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Wet bodembescherming wordt gebruik gemaakt van een door gedeputeerde staten vastgesteld formulier waarop in aanvulling op de gegevens, bedoeld in artikel 28, tweede lid, in ieder geval worden vermeld:
a. het adres, de kadastrale aanduiding en de ligging van het grondgebied waarop de verontreiniging zich bevindt;
b. de naam en het adres van degene die een zakelijk of persoonlijk recht heeft op het grondgebied, bedoeld onder a, alsmede van de gebruiker daarvan;
c. de naam en het adres van degene in wiens opdracht de sanering zal plaatsvinden dan wel handelingen zullen worden verricht ten gevolge waarvan de verontreiniging van de bodem wordt verminderd of verplaatst.
2. Het meldingsformulier, het rapport van het nader onderzoek en het saneringsplan worden in vijfvoud bij gedeputeerde staten ingediend.
Hoofdstuk › Afdeling
Artikel 6.2
Meldingsformulier
Onderdeel van Verordening ter bescherming van het milieu (Pmv)