1. In het saneringsplan worden de volgende gegevens vermeld:
a. Algemene gegevens
1e. het adres, de kadastrale aanduiding en de ligging van het grondgebied waarop de verontreiniging zich bevindt;
2e. een kadastrale kaart waarop het geval van verontreiniging is aangegeven, welke ten hoogste dertien weken voor de indiening van het saneringsplan door het kadaster is afgegeven;
3° een uittreksel van het kadaster waaruit de huidige eigendomssituatie blijkt, welke ten hoogste dertien weken voor de indiening van het saneringsplan door het kadaster is afgegeven;
4e. het gebruik van de bodem;
5e. de naam en het adres van degene die een zakelijk of persoonlijk recht heeft op het grondgebied, bedoeld onder 1e, alsmede van de gebruiker daarvan;
6e. de naam en het adres van degene in wiens opdracht de sanering zal plaats vinden;
7e. een tijdschema met een eventuele fasering, waarbij in ieder geval de datum waarop de met sanering zal worden begonnen en de datum waarop de sanering naar verwachting zal zijn afgerond, zijn aangegeven;
8e. een specificatie van de bij de uitvoering van de sanering betrokken bedrijven en instanties, voorzover deze ten tijde van het indienen van het saneringsplan bekend zijn;
9e. een overzicht van de benodigde vergunningen, meldingen en toestemmingen om het werk te kunnen uitvoeren;
10e. de wijze waarop burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het geval zich voordoet, alsmede de ingezetenen van die gemeente en andere belanghebbenden bij de uitvoering van de sanering zullen worden betrokken.
b. Keuze saneringsvariant
1e. de gekozen saneringsvariant met het saneringsdoel;
2e. indien de sanering in fasen wordt uitgevoerd: de voorgenomen fasering alsmede het verzoek om een besluit als bedoeld in artikel 38, vierde lid, van de Wet bodembescherming:
3e. indien slechts een gering gedeelte van de verontreiniging van de bodem wordt verplaatst: het verzoek om een besluit te nemen als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Wet bodembescherming;
4e. indien de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft, niet worden hersteld: de argumentatie op grond waarvan dat niet gebeurt.
c. De te nemen maatregelen
1e. een beschrijving van de wijze waarop de gekozen saneringsvariant zal worden uitgevoerd;
2e. een beschrijving van de effecten die met de gekozen saneringsvariant worden beoogd, waaronder mede begrepen een nadere beschrijving van de kwaliteit van de bodem die met de sanering zal worden bereikt;
3e. een beschrijving van de maatregelen die de sanering mogelijk moeten maken;
4e. een beschrijving van de te treffen (geo)hydrologische en andere technische voorzieningen met de gekozen dimensionering en de invloed hiervan op de omgeving;
5e. een beschrijving van de arbeidshygiënische aspecten;
6e. een beschrijving van maatregelen die milieuhygiënisch ongewenste effecten als gevolg van de sanering voorkomen of zoveel mogelijk beperken;
7e. gegevens over de kwaliteit van de eventueel te gebruiken aanvulgrond;
8e. gegevens over de bestemming van de overige verontreinigde stoffen die, naast de verontreinigde grond, vrijkomen bij
9e. indien na de sanering verontreiniging in de bodem aanwezig blijft: een nazorgplan met de technische, juridische, financiële en organisatorische aspecten van:
- de wijze waarop de instandhouding van de isolerende voorzieningen wordt gewaarborgd en gecontroleerd;
- de wijze waarop het betrokken grondgebied in verband met het isoleren van die verontreiniging zal worden beheerd;
- de maatregelen die zullen worden genomen in verband met beperkingen die de verontreiniging voor het gebruik van de bodem met zich brengt;
10e. indien verontreinigde grond zal worden afgegraven of verontreinigd grondwater zal worden onttrokken:
- de te verwachten hoeveelheid af te graven grond dan wel te onttrekken hoeveelheid grondwater;
- een omschrijving van de bestemming van die grond of dat grondwater waarbij wordt ingegaan op de mogelijkheden om op een milieuhygiënisch verantwoorde wijze de grond of het grondwater te verwerken;
- indien de grond of het grondwater geheel of gedeeltelijk niet zal worden gereinigd: de redenen daarvoor;
11e. een beschrijving van de wijze waarop de voortgang van de grondwatersanering wordt gecontroleerd en hoe over de voortgang wordt gerapporteerd;
12e. een beschrijving van de werkzaamheden op grond waarvan gedeputeerde staten nadien bij het evaluatierapport kunnen beoordelen of de sanering volgens plan is uitgevoerd, tot welke werkzaamheden in ieder geval behoren:\
- een beschrijving van de wijze waarop de milieukundige begeleiding plaatsvindt;
- het opstellen van een ontgravingskaart en een grondwateronttrekkingdkaart;
d. Financiële gegevens
1e. een begroting van de kosten van de sanering;
2e. een overzicht van de financiële middelen ter dekking van de saneringskosten.
2. Het saneringsplan gaat vergezeld van:
a. de adviesaanvrage als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet bodembescherming, tenzij die adviesaanvrage achterwege kan blijven op grond van het tweede lid van dat artikel juncto artikel 28, derde lid, van de Wet bodembescherming of op grond van de Regeling beoordeling reinigbaarheid grond bodemsanering;
b. het advies van het servicecentrum, indien dat is uitgebracht.
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 39, eerste lid, van de Wet bodembescherming, kan het vermelden in het saneringsplan van gegevens als bedoeld in het eerste lid achterwege blijven indien:
a. bij de indiening van het plan wordt aangegeven welke gegevens ontbreken;
b. daarbij de reden wordt aangegeven waarom die gegevens ontbreken en
c. die gegevens niet noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het saneringsplan.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op een saneringsplan dat betrekking heeft op een sanering van de bodem ten aanzien waarvan artikel 9, vijfde lid, van het Besluit tankstations milieubeheer van toepassing is.
Hoofdstuk › Afdeling
Artikel 6.3
Saneringsplan
Onderdeel van Verordening ter bescherming van het milieu (Pmv)