1. Gedeputeerde staten kunnen deskundigen aanwijzen die zijn belast met het adviseren inzake het geven van een beschikking als bedoeld in artikel 8.1.
2. Gedeputeerde staten kunnen het advies inwinnen van de in het eerste lid bedoelde deskundigen omtrent een verzoek om vergoeding of omtrent het voornemen tot een toekenning daarvan uit eigen beweging.
3. Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, wordt de aanvrager van de beschikking in de gelegenheid gesteld aan die deskundigen zijn aanvraag toe te lichten. Indien gedeputeerde staten voornemens zijn uit eigen beweging een beschikking te geven, wordt degene tot wie de beschikking zal zijn gericht in de gelegenheid gesteld zijn opvattingen omtrent het voornemen aan de deskundigen kenbaar te maken.
4. Indien de aanvraag om vergoeding of het voornemen tot de toekenning daarvan uit eigen beweging betrekking heeft op kosten dan wel schade door het van toepassing worden van bepalingen op grond van artikel 5.1.3 en deskundigen zijn aangewezen die zijn belast met het adviseren inzake de toekenning van die vergoeding, wordt het betrokken waterleidingbedrijf in de gelegenheid gesteld zijn opvattingen over die aanvraag of dat voornemen aan die deskundigen kenbaar te maken.
5. De deskundigen brengen advies uit inzake:
a. de vraag of de kosten zijn gemaakt dan wel de schade is geleden door het van toepassing worden van bepalingen van deze verordening;
b. de omvang van de kosten dan wel de schade;
c. de vraag of de kosten dan wel de schade niet of niet geheel ten laste van de benadeelde behoren, onderscheidenlijk behoort te blijven;
d. de vraag in hoeverre op een andere wijze in een redelijke vergoeding is of kan worden voorzien;
e. de vraag of er aanleiding is voor maatregelen of voorzieningen waardoor de kosten dan wel de schade, anders dan door een vergoeding in geld, kunnen, onderscheidenlijk kan worden beperkt of ongedaan gemaakt;
f. de hoogte van de toe te kennen vergoeding.
6. De deskundigen brengen hun advies zo snel mogelijk uit aan gedeputeerde staten, doch in elk geval binnen dertien weken na de ontvangst van het verzoek om advies. Gedeputeerde staten zenden een afschrift van het advies aan degene tot wie de beschikking zal zijn gericht en, in een geval als bedoeld in het vierde lid, tevens aan het waterleidingbedrijf. Gedeputeerde staten vermelden daarbij de termijn waarbinnen zij hun opvattingen omtrent het advies kenbaar kunnen maken.