Indien geen toepassing is gegeven aan artikel 8.3, tweede lid, stellen gedeputeerde staten het betrokken waterleidingbedrijf in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen voordat zij een beslissing nemen met betrekking tot vergoeding van kosten dan wel schade door het van toepassing worden van bepalingen op grond van artikel 5.1.3.