Naar hoofdinhoud

DEEL 1

Artikel 2.

Ruimtelijke opbouw transformatiegebied

Onderdeel van Beleidsregel bouwen, aanleggen en ruimtelijke inrichting van het Transformatiegebied Noordpoort

Kernwaarden Het ontwikkeltempo van Noordpoort is nog onzeker. Om grip te houden op de aanstaande ontwikkeling is er op basis van de bovenliggende ambities uit de omgevingsvisie een drietal essenties geformuleerd voor de ontwikkeling, de kernwaarden. Deze abstracte begrippen borgen de kernwaarden van Noordpoort en dragen eraan bij dat er flexibel op langere termijn kan worden ontwikkeld. Op de volgende bladzijden worden de drie kernwaarden verder toegelicht. Verbonden Noordpoort Goed verbonden met de omgeving Landschap als identiteitdrager Verbonden met het verleden Divers Noordpoort De mens centraal Toegankelijk voor iedereen Gezond en toekomstbestendig Noordpoort Aangenaam microklimaat Toekomstgerichte openbare ruimte Flexibiliteit in ontwikkeling Verbonden Noordpoort De leesbare stad biedt eenvoudige oriëntatie door herkenbare navigatiepunten, logische routes en een duidelijke hiërarchie in het stratenpatroon, wat de stad overzichtelijk en gemakkelijk te verkennen maakt. Sterke doorgaande ruimtelijke structuren zijn essentieel om dit nieuwe stadsdeel goed te verbinden en een functionele stedelijke omgeving te creëren. Ze zorgen voor een efficiënte doorstroming, verbinden groen- en blauw tot grotere robuuste systemen en verbinden belangrijke locaties binnen het deelgebied en met de omgeving. Om leefbaarheid te realiseren en te stimuleren is bereikbaarheid een belangrijk uitgangspunt. Hierbij gaat het over de bereikbaarheid van wonen, werken en recreëren. Met extra aandacht voor het niet gemotoriseerde verkeer. 1. Historische lijnen 2. Architectonische accenten 3. Contrast landschap- haven- stad 4. Nieuwe stadsentree Historische lijnen De ruimtelijke structuur van Noordpoort is gebaseerd op de landschappelijke ondergrond. Dit behoudt en versterkt de historische relatie met het gebied. Architectonische accenten Accenten in de gevel zorgen voor een gevarieerd beeld, zijn zichtbaar vanaf een grotere afstand en dragen bij aan de eenheid van Noordpoort en de leesbare stad. Deze bevinden zich voornamelijk op hoeken van gebouwen. Contrast landschap – haven –stad Het gebied kenmerkt zich door een plek waar landschap, haven en stad samenkomen. Belangrijk is om deze verschillende karaktereigenschappen te blijven beschermen, te versterken en samen te voegen tot een nieuw geheel. De nieuwestadsentree Een brug over het kanaal, verbindt verschillende wijken beter met het centrum. Dit verbetert de bereikbaarheid en versterkt de verbinding tussen de wijken en het hart van de stad. 5. Verbonden groen en blauw 6. Heldere structuur gemotoriseerd verkeer 7. Goed OV 8. Continuïteit langzaamverkeer structuren Verbonden groen en blauw Het verbinden van groen een blauw is niet alleen goed voor verbeteren van de biodiversiteit, maar draagt ook bij aan succesvol waterbeheer. Daarbij stimuleert het om te bewegen wat resulteert in een gezonde leefstijl. Heldere structuur gemotoriseerd verkeer Ter bevordering van de doorstroming en veiligheid is een heldere structuur voor gemotoriseerd verkeer neergelegd. Dit draagt bij aan de leefbaarheid van de wijk. Goed openbaar vervoer Openbaar vervoer verbetert de toegankelijkheid, maakt reizen naar werk, school en voorzieningen sneller en vermindert verkeersdrukte, wat bijdraagt aan een duurzamere leefomgeving. Sterke doorgaande langzaamverkeer structuren Voor het bevorderen van bewegen zijn doorlopende structuren voor langzaam verkeer essentieel. Ze dragen bovendien bij aan veilige en overzichtelijke verkeerssituaties. Nieuwe bruggen voor het langzaam verkeer zijn belangrijk. Divers Noordpoort Een diverse wijk bevordert een levendige en inclusieve gemeenschap. Het biedt ruimte voor verschillende inkomensgroepen en leeftijden, stimuleert sociale interactie en zorgt voor een dynamische omgeving waar bewoners kunnen wonen, werken en ontspannen, wat de leefbaarheid vergroot. 1. Ieder deelgebied een eigen identiteit 2. Sociale mix Ieder deelgebied een eigenidentiteit: Onderscheiding in de deelgebieden door middel van diversiteit in bebouwing en groen. Zo zijn buurten herkenbaar en eigen. Sociale mix Een sociale mix in de buurt bevordert inclusie, versterkt sociale cohesie en creëert een levendige gemeenschap met diverse perspectieven en ervaringen. 3. Complementair programma 4. Rust versus dynamiek Gezond en toekomstbestendig Noordpoort Een gezonde en toekomstbestendige wijk bevordert welzijn voor mens en dier. De wijk is veilig en leefbaar. Het zorgt voor een lage impact voor de natuur, duurzame bouwoplossingen en een succesvol leefklimaat. Er worden maatregelen genomen om met de klimaatverandering (o.a. piekbelasting regen) en de energietransitie om te gaan. 1. Duurzaamheid en energie 2. Ruimte voor verblijf, sport en spel Duurzaamheid en energie Duurzaamheid wordt nagestreefd door energie-efficiënte systemen, circulaire economie, effectief waterbeheer, welzijn van mens en dier, bevordering van biodiversiteit en duurzaam bouwen. Er wordt primair ingezet op een collectief warmtesysteem. Ruimte voor verblijf, sport en spel Ruimte voor verblijf, sport en spel bevordert gezondheid, sociale cohesie en veiligheid, maakt de wijk aantrekkelijker en inclusiever, en verhoogt leefkwaliteit en ecologisch bewustzijn. 3. Inclusief veilig en toegankelijk 4. Gezond microklimaat Inclusief, veilig en toegankelijk Een wijk moet inclusief, veilig en toegankelijk zijn, zodat iedereen zich thuis voelt en kan deelnemen aan het dagelijks leven, wat welzijn en sociale cohesie bevordert. Een gezond microklimaat Een gezond microklimaat in een wijk is essentieel voor schone lucht, comfortabele temperaturen, en het welzijn van de bewoners. Het voorkomt gezondheidsproblemen en verhoogt de levenskwaliteit. Deelgebieden Noordpoort ligt aan beide zijden van de Drentsche Hoofdvaart. Iedere zijde heeft een eigen ontstaansgeschiedenis en kent een eigen gebruik. Het deelgebied Scheepswerf is oorspronkelijk ingericht op kade gerelateerde bedrijvigheid en volgt de schuin op de Drentsche Hoofdvaart gerichte verkavelingsstructuur. Het later aangelegde bedrijventerrein Oude Vaart is daarentegen meer gericht op de ontsluiting vanaf de weg en is orthogonaal op het kanaal gericht. De deelgebieden worden met elkaar verbonden door de nieuwe stadsentree. De langzaam verkeer brug over het water tussen de deelgebieden Scheepswerf en Oude Vaart is een cruciaal onderdeel van het toekomstige fiets en voetgangersnetwerk. Vanuit het verkeerskundige STOMP principe (Stappen-Trappen- Openbaar vervoer-Medegebruik-Particuliere auto) worden bestaande routes aangesloten en aangevuld. Zo krijgt het gebied een goede toegankelijke en doorgaande langzaam verkeersstructuur en wordt de ten oosten gelegen wijk Haveltermade aan het gebied gekoppeld. Deelgebied steenwijkerstraatweg Deelgebied Oude Vaart Plangebied Noordpoort Deelgebied Schoolstraat Scheepswerf Tussen de Drentsche Hoofdvaart en de Provinciale weg is het bedrijventerrein Steenwijkerstraatweg gelegen, dit is deelgebied Scheepswerf genoemd. Het gebied volgt de rechtlijnige regelmatige structuur van de oorspronkelijke verkavelingslijnen. Deze komen schuin aan op de Drentsche Hoofdvaart en deze richting vormt samen met de oude watergang de Grift en de havenbekkens een sterke identiteitsdrager die het verleden verbindt met het heden. De nieuwe stadsentree volgt de oorspronkelijke landschappelijke richting en is gericht op de Grote kerk. Binnen deelgebied Scheepswerf onderscheiden we enkele gebieden met een eigen identiteit: Het entreegebied Het gebied tussen de voormalige stadsentree – de Galgenkampseweg – en de nieuwe stadsentree hebben enkele overeenkomstige ruimtelijke kenmerken. Hier verbindt de Grift de Drentsche Hoofdvaart met het achterland en is door de aanwezigheid van oudere beeldbepalende gebouwen een stukje van de geschiedenis van Meppel zichtbaar. De watertoren, de voormalige fabriek Houwink en de oude school bij de voormalige stadsentree vormen een ensemble van gebouwen dat tussen het groen staat. Binnen het plangebied volgen we dit principe en houden we tussen het groen de fabriek van Houwink zichtbaar. De aanwezige bosschage wordt vernat, hier is ruimte voor het invullen van de natuur- en wateropgave. De stadsentree De nieuwe stadsentree wordt begeleid door bomen en stevige stadsblokken met geparceleerde gevelwanden met architectonische eenheden van 20 tot 30 meter. De Werf Meer naar het noorden toe wordt de invloed van de scheepswerf (en havenbekkens) op de sfeer toe groter en richt het gebied zich op het water. Galgenkampseweg 2 / Mini-loods Deze locatie is reeds uitontwikkeld. Hier worden grondgebonden woningen naar de Drentsche Hoofdvaart gerealiseerd. Deelgebieden binnen Scheepswerf Zicht op de Grote kerk vanaf de toekomstige stadsentree (Galgenkampsweg) Deelgebied Oude Vaart Oude Vaart is begin jaren 60 ontwikkeld als bedrijventerrein. De gebouwen zijn hier aan een openbare weg parallel aan de Drentsche Hoofdvaart geplaatst, wat de lengte van het kanaal benadrukt. In Oude Vaart vormt de richting van beeldbepalende gebouw Hemos hier een uitzondering op. Het gebouw volgt de schuine ontginningsrichting van het veengebied - en daarmee de richting van de toekomstige stadsentree. Het bedrijventerrein kent momenteel weinig verblijfsruimte en is vrij hard ingericht. Met de transformatie van het bedrijventerrein naar woningbouw worden hier nieuwe groene ruimtes geïntroduceerd. Een nieuwe kwalitatieve hoogwaardige openbare ruimte met voldoende ruimte voor groen. Gebouwen zijn gericht op het groen en het kanaal en zijn door langzaam verkeer verbindingen verbonden. Binnen bedrijventerrein Oude Vaart onderscheiden we enkele gebieden met een eigen identiteit: Oude Vaart In Oude Vaart staan de gebouwen op een met groen en water in te richten terrein. Hier volgen de gebouwen de haakse oriëntatie op de Drentsche Hoofdvaart en maken een contrast met de voormalige schuine veenstructuur. Rond de stadsentree volgen de gebouwen juist de richting van de oude veenstructuur, gemarkeerd door het bestaande gebouw Hemos. Voorkanten van gebouwen begeleiden de stadsentree, de Drentsche Hoofdvaart, de Johan van Oldenbarneveltstraat en de Hugo de Grootstraat. De Hugo de Grootstraat krijgt een breder profiel waar veel ruimte is voor parkeerplaatsen en bomen. Het pad aan de achterzijde van de Hugo de Grootstraat wordt onderdeel van een bredere doorlopende groene structuur met wandelpaden. Vanuit de wijk Haveltermade kan men door de nieuwe groene wijk naar de vaart wandelen. Brandweer Tussen de oude stadsentree, de nieuwe stadsentree en de Drentsche Hoofdvaart staat de brandweerkazerne. Indien er op deze driehoekige locatie een nieuwe ontwikkeling plaats vindt zullen deze drie verschillende oriëntaties in de ontwikkeling terug te zien zijn. Schoolstraat De ontwikkellocatie Schoolstraat is gelegen tussen de nieuwe stadsentree, de route voor gemotoriseerd verkeer richting het centrum en vrachtverkeer richting Agrifirm. Een ontwikkeling zal de stadsentree begeleiden en een voorzijde krijgen richting de Schoolstraat. De locatie wordt waarschijnlijk ontsloten vanaf de Schoolstraat. Er dient rekening te worden gehouden met een vergroting van de rotonde op de hoek van de Ceintuurbaan en de Eendrachtstraat. Deelgebieden binnen Oude Vaart Bedrijvenstraat Oude Vaart, de Hugo de Grootstraat Huidige kade Oude Vaart De ruimtelijke cultuurhistorische structuurdragers Het gebied wordt gekenmerkt door enkele herkenbare doorgaande cultuurhistorische structuren. Deze landschappelijke en infrastructurele structuren komen voort uit het voormalige gebruik en vormen nu nog de ruimtelijke drager van het gebied. Met de ontwikkeling van het gebied worden deze structuren aangezet: Drentsche hoofdvaart met aan de oostzijde het voormalige jaagpad; De richting van de oorspronkelijke polders; De nieuwe noordelijke stadsentree van Meppel volgt de polderstructuur en is gericht op de kerk; Het Hemosgebouw op de Oude Vaart volgt ook deze landschappelijke oriëntatie; Deelgebied Oude Vaart volgt de haakse structuur van het bedrijventerrein; De Grift, deze staat haaks op de polderrichting; De provinciale weg gaat autonoom door het landschap; De Havenbekkens volgen de polderrichting. Structuurdragers Drentsche Hoofdvaart De Drentsche Hoofdvaart is een kanaal dat gegraven is om de capaciteit van de daar gelegen Oude Vaart - de Smildervaart – te vergroten. Het kanaal verbindt het Meppelerdiep met het Noord – Willemskanaal bij Assen. Het kanaal werd in de negentiende eeuw gebruikt voor onder ander het vervoer van producten als turf, voedsel en bouwmaterialen. Daarnaast vervult het kanaal een belangrijke afwateringsfunctie voor het hooggelegen middengedeelte van de provincie Drenthe. In de afgelopen periode is het kade gerelateerde bedrijfsmatige gebruik afgenomen en het gebruik verschoven naar pleziervaart. Aan de oostzijde is het oude jaagpad als langzaam verkeer route nog een herkenbare verwijzing naar het voormalige gebruik van de vaart met trekschuiten. In het nieuwe plan wordt deze verbinding weer opnieuw leven ingeblazen. Oorspronkelijke polderstructuur Rond Meppel zijn kenmerkende landschappen terug te vinden. Zo is aan de oostzijde het beekdal van de Reest en het Esgehuchtenlandschap met haar onregelmatige kavelpatronen gelegen, wat een sterk contrast vormt met de rechtlijnige verkaveling van het veenweidegebied. In Noordpoort zijn deze richtingen deels nog terug te vinden. Het westelijke deelgebied Scheepswerf volgt het rechtlijnige patroon van het oorspronkelijke veenweide gebied met de stadsentree, de havenbekkens, en haaks daarop de Grift. Deze polderstructuur komt onder een hoek schuin aan ten opzichte van de Drentse Hoofdvaart. In het hiervan ten zuidoosten gelegen deelgebied Oude Vaart is de oude polderstructuur vrijwel verdwenen door de naoorlogse bedrijfsmatige ontwikkelingen en wordt het gebied tegenwoordig gekenmerkt door een haakse structuur op het kanaal. Het bestaande gebouw Hemos en de toekomstige stadsentree zijn hier uitzonderingen op en maken juist een contrast met deze haakse structuur door de schuine polderstructuur te volgen. Grift De Grift is de noordelijke waterverbinding tussen onder andere Nijeveen en Meppel. Hierover werden de producten naar de mark in Meppel gebracht. De sluizen direct ten noorden van de watertoren zijn onderdeel van het watersysteem. De Grift stond een directe verbinding met de Drentsche Hoofdvaart. Eind vorige eeuw is deze deels gedempt en de waterverbinding in een buis ondergebracht. Met de ontwikkeling van het gebied wordt deze weer opgegraven op haar historische locatie waarmee deze (cultuur)historische verbinding weer zichtbaar wordt en een bijdrage kan leveren aan de identiteit en waterhuishouding. Havenbekkens Langs de Drentsche Hoofdvaart zijn na de tweede wereldoorlog aansluitend op de lokale schuine verkavelingsstructuur havenbekkens gegraven ten behoeve van de bedrijvigheid. De kade gerelateerde bedrijvigheid heeft een minder prominente rol gekregen in de loop der jaren. In Noordpoort is de nog in bedrijf zijnde scheepswerf Wout Liezen de laatste die nog kade gerelateerd werk uitvoert. Met een aanstaand vertrek van de scheepswerf komt deze locatie en de havenbekkens ook als ontwikkelruimte voor woningbouw en openbare ruimte beschikbaar. De havenbekkens zijn daarmee waardevolle identiteitsdragers voor de ontwikkeling van de noordzijde van Noordpoort. Stadsentree De huidige noordwestelijke ontsluiting van Meppel op de provinciale wordt gevormd door het oude lint van de Steenwijkerstraatweg. Door de geleidelijke toename van het verkeer afgelopen decennia volstaat deze ontsluiting niet meer. Met de ontwikkeling van Noordpoort wordt de kans benut een geheel nieuwe stadsentree te maken die Meppel vanaf de noordwest zijde aansluit op de provinciale weg. Deze nieuwe stadsentree is gericht op de Grote kerk en herbevestigd de structuur van de oude landschappelijke lijnen. Provinciale weg (N375) De provinciale weg gaat autonoom door het landschap. Mobiliteit Vanuit de mobiliteitstransitie gezien heeft het stimuleren van langzaam verkeer en openbaar vervoer de prioriteit. Hiervoor hanteren we het zogenaamde STOMP principe waarin volgende uitgangspunten worden gehanteerd, aflopend wat voorkeur betreft: stappen (wandelen); trappen (fietsen); openbaar vervoer; mobility as a service; privéauto. De nieuwe stadsentree De stadsentree krijgt enerzijds de functie om het doorgaand verkeer te faciliteren. Anderzijds vormt de Stadsentree de directe ontsluiting voor o.a. het oostelijke deel van de Scheepswerfbuurt. Aanliggende ontwikkelvelden worden via parallelwegen en het onderliggend wegennet ontsloten. Dit geldt ook voor het langzame verkeer, waar nodig aangevuld met vrijliggende voet- en fietspaden. De ontwikkelingen en transformaties langs de stadsentree dragen bij aan de representatieve stadsentree. De uitgangspunten voor de nieuwe stadsbrug over de Drentsche Hoofdvaart worden gebundeld in een esthetisch programma van eisen. Dit programma is nog in de maak. Gemotoriseerd verkeer Wandelen en fietsen Door een aangenaam en doorlopend wandel en fietsnetwerk te realiseren is het aantrekkelijk voor inwoners om de auto te laten staan. Daarmee draagt een goed netwerk bij aan de sociale samenhang en aan de gezondheid van de inwoners. Het netwerk is goed toegankelijk voor minder validen en is sociaal veilig door ‘ogen op straat’. Hierbij ontsluit een fijnmazig voetgangers netwerk de woningen en maakt het goed doorlopende fietsnetwerk voorzieningen in een grotere straal laagdrempelig bereikbaar. Het hoofdfietsnetwerk wordt uitgebreid wat de mogelijkheid voor recreatie vergroot. Langs de oostzijde van de Drentsche Hoofdvaart volgt de route het oorspronkelijke jaagpad langs de trekvaart en verbind daarmee de locatie met de regio. Openbaar vervoer Het treinstation ligt (afhankelijk van de locatie binnen het projectgebied) op maximaal 10 minuten fietsafstand. Langs de stadsentree worden bovendien bushaltes gerealiseerd. Om de bushaltes goed bereikbaar te maken is een goede voetgangersoversteek cruciaal. Door het toevoegen van een middenberm in de stadsentree kan deze in twee stappen worden overgestoken. Zo zijn de bushaltes bereikbaar en vormt de stadsentree een minder zware barrière tussen de verschillende buurten. Dit bevordert de aantrekkelijkheid van deze leefomgeving. Fietsstructuur Nieuwe langzaamverkeer brug Deelgebied Scheepswerf is in de huidige structuur wat geïsoleerd gelegen. Een nieuwe langzaamverkeerbrug circa 400 meter noordelijk van de Galgenkampsbrug zorgt voor de (utilitaire) verbinding naar winkelgebied van Oldenbarneveltplein. Het winkelgebied is belangrijk voor de dagelijkse boodschappen (o.a. supermarkt) en krijgt door de nieuwe langzaamverkeerbrug een directe verbinding. De binnenstad is in 10 minuten wandelen goed bereikbaar. Door de realisatie van de nieuwe langzaam verkeer brug wordt het Noorderpark vanuit Steenwijkerstraatweg in 5 minuten wandelen bereikbaar. De brug werkt stimulerend voor het maken van duurzamere vervoerskeuzes. De nieuwe brug zorgt voor een verbetering van de aanhechting van de Scheepswerfbuurt op bestaand Meppel, vergroot de passeerbaarheid van de Drentsche Hoofdvaart en voorziet in de recreatieve behoefte (ommetjes, flaneren). De nieuwe langzaam verkeerbrug volgt de voor Noordpoort kenmerkende polder richting. De realisatie van de genoemde langzaam verkeersbrug is een effectieve en noodzakelijke oplossing om de wijken aan weerszijde van de Drentsche Hoofdvaart aan elkaar te koppelen en de geïsoleerde ligging van de Scheepswerf op te heffen. Wandelroutes Parkeren Normen In ‘De nota maatwerk parkeernormen Noordpoort’ staan nieuwe normen geformuleerd voor Noordpoort. De fiets- en autoparkeernormen en verschillende rekenregels uit deze nota zijn afgeleid van de richtlijnen van het CROW en maken deze specifiek voor de gebruikers van Noordpoort. Zie de parkeernota voor normen van de overige functies en voor de specifieke fietsparkeernormen. Openbare ruimte en de ontwikkelvelden Er worden veel parkeerplekken gerealiseerd in de openbare ruimte van Noordpoort, waarmee de parkeerdruk afneemt voor de ontwikkelvelden. (zie kaart op blz. 17) Voor het bepalen van de parkeereis worden een aantal stappen doorlopen. In grote lijnen: als eerste wordt de behoefte bepaald en vervolgens wordt deze opgelost. Parkeerhub Onderdeel van de opzet van een van de modellen voor het deelgebied Oude Vaart is de realisatie van een parkeerhub: een gebouw van meerdere lagen waarin geparkeerd wordt. Hiermee wordt de druk op de openbare ruimte door het parkeren verminderd. Doordat toekomstige bewoners hun motorvoertuigen in de hub parkeren zijn er minder parkeerplekken in het openbare gebied nodig. Hierdoor is er minder verharding nodig voor parkeren in de openbare ruimte wat de groene setting mogelijk maakt. Veiligheid gebouwd parkeren Bij gebouwde parkeervoorzieningen dient extra aandacht te worden gegeven aan de veiligheid. We zien de afgelopen jaren een zeer grote toename van het gewicht van de gemiddelde auto’s. Zo wegen moderne elektrische auto’s al snel 30% tot 60% meer dan vergelijkbare wagens van 5 jaar geleden met verbrandingsmotoren. Zwaardere constructies zijn hierdoor noodzakelijk. Wat brandveiligheid betreft zijn elektrische auto’s minstens zo brandveilig als conventionele auto’s met verbrandingsmotoren (bron: DEKRA). Het moment waarop er een brand ontstaat is echter vaak anders. Bij auto’s met verbrandingsmotoren ontstaat brand meestal tijdens het rijden, bij elektrische auto’s vaak tijdens het opladen. Tevens zijn branden in elektrische wagens lastig uit te krijgen. Dat te samen maakt dat er extra aandacht voor de brandveiligheid en het beperken van waterschade moet zijn bij het ontwerp en de uitwerking van een gebouwde parkeerhub. Veiligheid: extra aandacht voor brandgevaar en draagkracht bij gebouwde parkeervoorzieningen Groen- blauwe structuur Rond en in Noordpoort vormen doorlopende structuren de verbinding tussen het plangebied en de omgeving. Het groen draagt bij aan aantrekkelijke routes en plekken en het versterken van het leefklimaat door onder andere het toevoegen van schaduw en het vergroten van de biodiversiteit. Er wordt in Noordpoort een divers streekeigen palet aan groen ingezet om de natuurkwaliteit en de biodiversiteit robuuster en plekgerelateerd te maken. Het hart van Noordpoort wordt gevormd door de Drentsche Hoofdvaart die met een breedte van 25 tot zo’n 30 meter een stevig doorgaand kanaal is waardoor een belangrijk deel van het Drentsche regenwater wordt afgevoerd. Het stroomt er snel en de waterstanden variëren behoorlijk. Aan de oostzijde van het kanaal kan men direct langs de kade wandelen en wordt het jaagpad aan de landzijde door een continue boomstructuur begeleid. Aan de westzijde wordt groen juist ook direct langs de kade gerealiseerd en kan men in het groen aan het water vertoeven. De stadsentree zelf wordt een sterke doorgaande laan met bomen van de 1e grootte. Dit wil zeggen, bomen die minimaal 15 meter hoog worden en de laan zullen voorzien van aanzienlijke schaduw op warme dagen. De noordzijde van het plangebied krijgt in de driehoek tussen de Grift, de watertoren en de rotonde een landschappelijke inrichting met waterberging. Aan de oost zijde van het kanaal (de Oude Vaart zijde) staan de gebouwen op een groen ingericht gebied, verbonden door het groen langs het jaagpad met het Noorderpark. In de ondergrond van Noordpoort dient er voldoende ruimte te zijn voor de wortels van het groen. De normen hiervoor staan omschreven in het Handboek Bomen van het norminstituut bomen. Bomen worden pas echt gezond en groot als de ondergrond dat faciliteert door onder andere voldoende bomengrond, water en voldoende afstand tot het grondwater. Groen blauwe structuur Groene straten In iedere straat in Noordpoort komen bomen of andere groenvoorzieningen die zorgen voor een aangenaam leefklimaat. Er worden doorgaande groenstructuren aangelegd met groenvakken, bomen, en gevelbeplanting. Deze groenstructuren doorkruisen de woongebieden en bieden zo koelte en schaduw in warme periodes. Het groen draagt zo bij aan het beperken van overlast bij extreme neerslag en beperkt hittestress. Daarnaast draagt het bij aan de verplaatsbaarheid van fauna en dient als infiltratiegebieden voor regenwater. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van streekeigen flora die gebiedseigen fauna een veilig en rustig thuis biedt en de biodiversiteit versterkt. Om te zorgen dat bomen gezond kunnen groeien hanteren we een aantal eisen. Deze zijn te vinden in de bomenmonitor. (https://www.norminstituutbomen.nl) te raadplegen. Recreatie Verblijven Een belangrijk aspect voor de ontwikkeling van Noordpoort is het toevoegen van kwaliteit in de openbare ruimte. Dit wordt bereikt door voldoende groene verblijfsplekken en openbare plekken aan het water te definiëren. De belangrijkste openbare verblijfsplekken zijn: Plein van de scheepswerf Parkje van de Grift en wandelroute hierlangs Kop van de pier Kades: Oude Vaart en Scheepswerf Interne groenstructuur oude Vaart Groene oostelijke overgang naar oostelijke wederopbouw Oude Vaart Water – activeren water / gebruik water Verblijfsplekken Sport en spel Voor het realiseren van een aangename wijk is het van belang voldoende (kwalitatieve) ruimte aan inwoners te bieden voor sport en spel. Zo ontstaat er een basis die een positieve invloed heeft op de gezondheid van de inwoners. Er zijn hiervoor een aantal verschillende plekken aangewezen die een verschillend gebruik en daarmee verschillende gebruikers een plek bieden. Zo worden er in Noordpoort plekken gerealiseerd voor de volgende doelgroepen: 0- 5 jaar; 6-11 jaar; 12 en ouder. Door de realisatie van uitdagende speelplekken binnen de uitgeefbare bouwblokken en in de openbare ruimte wordt er voldoende speelgelegenheid geboden. Normen uit het speelruimteplan Meppel Spelen in Noordpoort Watersysteem De uitgangspunten voor een klimaat robuuste inrichting van het gebied zijn vertaald naar de toekomstige waterhuishouding in het gebied. Hierbij zijn concrete uitgangspunten voor het ontwerp geformuleerd. De hieronder aangegeven uitgangspunten sluiten hier op aan. (Waterhuishouding gebiedsontwikkeling Noordpoort, 135877/24-004.130, 21-03-2024). Hemelwater Algemeen Hemelwater wordt expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing te genomen en op een duurzame wijze verwerkt. In de toekomstige situatie wordt voor alle gebouwen het schone hemelwater (HWA: hemelwaterafvoer) gescheiden van het vuilwater (DWA: droogweerafvoer) ingezameld en verwerkt. Waterberging dient zo veel als mogelijk gemaximaliseerd te worden. Hierbij vormt de drietrapsstrategie vasthouden – bergen – afvoeren het uitgangspunt. Compensatie In verband met vergunningverlening dient aan de minimale eisen van het waterschap en de gemeente te worden voldaan. Het hemelwater wordt eerst opgevangen in lokale bergingen, en wordt bij extreme neerslag geborgen in de noodberging op straat. In verband met het vasthouden van water, zichtbaarheid, investeringskosten en kwaliteit heeft het toepassen van open infiltratie gebieden met multifunctioneel gebruik (groen, plein, stapstenen, spelen, parkeren, etc.) de voorkeur. In zeer extreme situaties stroomt het overtollig hemelwater af naar het groen of oppervlakkig af naar het oppervlaktewater. Peilmaten Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten. De grondwaterstand bestaatuit: GHG west 0,3 meter +NAP GHG oost 0,5 meter +NAP Uitgangspunt: geen verlaging van het huidige grondwaterpeil Aan de hand van bovenstaande grondwatergegevens, waterstanden in de Drentsche Hoofdvaart (-0,5 meter tot + 0,5 meter NAP) en de landelijk gehanteerde streefwaarden voor de ontwateringsdiepte in stedelijke gebied (publicatie ‘Ontwatering in stedelijk gebied’, SBR, 2007) dienen de volgende peilmaten als minimum: Wegpeil: 1,40 meter +NAP (westelijk deel eventueel 1,30 meter +NAP; Vloerpeil: 1,60 meter +NAP (westelijk deel eventueel 1,50 meter +NAP); Wadi’s: circa 0,4 meter lager dan de omgeving. Verbeelding kansen watersysteem De plannen voor de inrichting van de ontwikkelvelden worden niet uitgewerkt door de gemeente maar door de ontwikkelaars van het gebied. Hierbij geldt: In elke uitwerking geldt de eis dat 80 mm water berging moet worden gerealiseerd (binnen of buiten het bouwblok), gerelateerd aan het verhard oppervlak. Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren); Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren – dwz: gescheiden inzamelen); Bui 8 (20 mm in 1 uur) kan via de riolering of andere voorzieningen worden afgevoerd zonder water-op-straat; Bui van 70 mm in 1 uur tijd (T=100), leidt niet tot ernstige wateroverlast (water in panden); De waterberging moet ook in de toekomst goed te beheren en te onderhouden zijn; Afvoer maximaal 1,6 l/s/ha; Demping oppervlaktewater (Drentse Hoofdvaart) met een factor 1,2 compenseren. Maatregelen Voor het verwerken van hemelwater zijn binnen de gemeente een aantal mogelijkheden voor waterberging. Specificaties dienen afgestemd te worden met de afdeling beheer van de gemeente. Een combinatie van maatregelen zal waarschijnlijk nodig zijn. Het benodigde volume wordt bepaald in afstemming met het waterschap. Maatregelen worden in afstemming met de gemeente nader uitgewerkt waarbij ook alternatieven aan de gemeente kunnen worden voorgelegd. De gemeente heeft hierin uiteindelijk een toetsende en keurende rol. Vuilwater, beperken gebruik drinkwater Voor de afvalwaterproductie wordt uitgegaan van gemiddeld 2,5 bewoners per adres en een productie van 12 l/persoon/ uur. In de nieuwe situatie wordt het vuilwater gescheiden ingezameld van het hemelwater en direct afgevoerd richting de rioolwaterzuivering. De hydraulische belasting met afvalwater vanuit Noordpoort zal als gevolg van de beoogde ontwikkeling van industrie naar woonwijk en het afkoppelen in combinatie met het gescheiden inzamelen op termijn ongeveer halveren. Het gebruik van drinkwater wordt beperkt door bijvoorbeeld het hergebruik van regenwater. Grift De Grift staat in een directe verbinding met de Drentsche Hoofdvaart en zorgt voor de watertoevoer naar de achterliggende polders. Einde vorige eeuw is deze deels in een duiker ondergronds ondergebracht. Met de ontwikkeling van deelgebied Scheepswerf wordt de Grift weer uitgegraven en verbreed, waarmee deze (cultuur)historische verbinding weer zichtbaar wordt en een bijdrage levert aan de identiteit en de waterhuishouding. Overgang openbaar privé Een zorgvuldig vormgegeven overgang tussen de openbare ruimte en de private ruimte is cruciaal voor een prettige beleving van het gebied. Zo dragen compacte geveltuinen eraan bij dat passanten op enige kleine afstand van de gevel wandelen wat de privacy van de woningen ten goede komt. In Noordpoort wordt deze overgang op het uitgeefbare terrein gerealiseerd waardoor gevellijnen 0.3 meter tot 1.2 meter binnen de erfgrenzen liggen. Voor de overgangen kan worden gedacht aan geveltuinen met bijvoorbeeld opgaande klimop, in de architectuur geïntegreerde plantenbakken of bankjes, maar ook een zone met een ander materiaal waar bewoners hun eigen (bloem) potten en bankjes neer kunnen zetten behoort tot de mogelijkheden. De grens tussen openbare ruimte en private ruimte dient herkenbaar te zijn, bijvoorbeeld door het gebruik van een afwijkend materiaal of patroon. In Noordpoort zijn de erfafscheidingen aan de achterkanten van de woningen tot maximaal 2m hoog. Ze zijn uitgevoerd als hoge hagen of klimplanten tegen een hekwerk en leveren een bijdrage aan de flora en fauna. Afval Er dient ruimte te worden gereserveerd op uitgeefbaar gebied voor afvalcontainers en voor het benaderen en legen van deze afvalcontainers. Het gaat bij appartementen om: Verzamelcontainers restafval (2,5mx2,5m); Eén container plaatsen per 50 appartementen; Bij voorkeur intern verzamelen. Bij grondgebonden woningen: Opstelplaatsen voor minicontainers GFT-inzameling, restafval en papier. Energie Veranderende vraag Door het afbouwen van het gebruik van fossiele energiebronnen is de energieopgave aan het veranderen. Gebouwen worden in Noordpoort gasloos gerealiseerd. Er wordt naar andere middelen voorbereidend onderzoek gedaan, zoals naar de haalbaarheid en betaalbaarheid van een collectieve warmtevoorziening. Daarnaast vraagt het laden van elektrische auto’s een verzwaring van het elektriciteitsnet. Warmte- en koudenet Aangezien de nieuwbouw in Noordpoort in een relatief hoge dichtheid wordt gebouwd en bestaat uit circa 1.000 woningen is een collectieve warmte koude voorziening vanuit technisch en financieel oogpunt een voor de hand liggende optie. Temeer omdat er verschillende duurzame warmtebronnen in de buurt aanwezig zijn waar gebruik van kan worden gemaakt: Thermische energie uit oppervlaktewater, thermische energie uit afvalwater van de RWZI, warmte-koudeopslag in de bodem, ondiepe Geothermie en bestaande biomassacentrale. Het blijkt dat de combinatie van de warmtevoorziening met een koudesysteem de efficiëntie en effectiviteit verhoogd, energetisch en financieel. Kansrijke warmte- en koudeconcepten voor Noordpoort zijn onderzocht. Een systeem met midden temperatuur (MT) is het meest kansrijk en wordt de komende tijd verder uitgewerkt. Er geldt een aansluitplicht op de collectieve warmtevoorziening. Individueel / collectief De warmtevraag wordt in Noordpoort in eerste instantie collectief geregeld. Het is echter voorstelbaar dat er als uitzondering per ontwikkelplot door individuele ontwikkelaars naar andere oplossingen wordt gekeken. Het is mogelijk om bijvoorbeeld met warmtepompen per bouwblok aan de energievraag te voldoen. Uit onderzoek van Berenschot 2024 blijkt echter dat de nationale meerkosten voor all electric warmtepompen 40% hoger liggen dan voor collectieve warmtenetten. Dit komt met name door de bijkomende kosten voor netverzwaring. Koppelkans bestaande bebouwing Het collectieve warmtenet is uit te beiden naar de naastgelegen bestaande woonwijk, wat het mogelijk maakt ook deze op termijn aardgasvrij te maken. Voor verduurzaming van huurwoningen in bestaande wijken is het beeld dat een collectief warmtenet de enige duurzame en haalbare optie is om van het gas af te komen. Dit heeft te maken met de relatief hoge warmtevraag en lage isolatiewaarde van veel huurwoningen. Ruimtelijke impact warmte Het transporteren van (rest) warmte vindt plaats in buizen onder de grond en vraagt door deze buizen en de bijbehorende expansielussen vrij veel ondergrondse ruimte. Het inpassen van pompruimtes (‘regelkamers’) vraagt bovengronds ruimte maar heeft daarnaast ondergronds een nog grotere impact (±6x10 m2) doordat bij deze pompruimtes alle leidingen samenkomen. referentie: ondergronds warmtenet Toename vraag elektriciteit Naast een veranderende warmtevraag zien we ook de vraag naar elektriciteit veranderen. Het gebruik per huishouden neemt hierbij sterk toe, mede door het opladen van elektrische auto’s. Het eenmalig opladen van één elektrische auto vraagt ongeveer evenveel energie als één huishouden in een week verbruikt. Hierdoor moeten er extra trafo ruimtes in het gebied worden geplaatst. Afmetingen trafo Voorbeeld Wos in de buitenruimte Voorbeeld trafo met steenstrips Voorbeeld inpandige Wos in een garage Voorbeeld trafo in de openbare ruimte Ondergrondse inpassing Wortelgroei van bomen kan schade geven aan kabels en leidingen en andersom kunnen werkzaamheden aan kabels en leidingen schade toebrengen aan de wortels van de bomen wat nadelig is voor de vitaliteit van de boom. In de straten dient dan ook voldoende afstand tussen de wortels en leidingen te zijn of dienen hiervoor maatregelen te worden getroffen. Met de leidingbeheerders zullen hierover afspraken worden gemaakt. Voor de indeling van de kabels en leidingen in de ondergrond is op basis van de NEN 7171 een specifieke indeling gemaakt voor Noordpoort. Gescheiden riolering en een warmte- én koudenet krijgen hierbij een plek onder de rijweg, er wordt een leidingzone onder het trottoir voorzien voor onder andere data, stroom en drinkwater. Bovengrondse inpassing Trafohuisjes en regelkamers dienen te worden opgenomen in de uitgeefbare grond en niet in openbaar gebied. Hierbij kunnen de trafo’s en regelkamers zowel vrijstaand als in de bebouwing worden geïntegreerd. Hierbij denken we nu aan één trafo per 80 woningen. Integreren in bebouwing is ruimtelijk aantrekkelijk doordat er minder storende losse objecten in de openbare ruimte komen te staan. Een nadeel hiervan is echter een complexere fasering en dat er contractuele afspraken moeten worden gemaakt i.v.m. verantwoordelijkheden, toegang, etc. Trafo’s en regelkamers dienen zorgvuldig te worden vormgegeven. De standaard vrijstaande trafo’s en wos‘en kunnen bijvoorbeeld voorzien worden van een specifieke gevelbekleding - zoals bijvoorbeeld steenstrips – zodat ze beter op de architectuur aansluiten. Aansluitend op de ambities vanuit het convenant natuurinclusief dienen trafo’s groen ingepast te worden met onder andere hagen en heesters. Daken kunnen met een kruidenmengsel / sedum worden bedekt en de gevels met diverse soorten klimop. “Het integreren van trafo’s binnen de ont- wikkelvlakken is cruciaal voor de ruimtelijke kwaliteit” Voorbeeld groene trafo, bron: Ximaar Principe inpassing ondergrondse nutsvoorzieningen Noordpoort Indicatief Nutstrace

Rechtspraak bij dit artikel