Naar hoofdinhoud
1. Gedeputeerde staten wijzen het verzoek zonder nader onderzoek af indien het naar hun oordeel kennelijk ongegrond is. Een verzoek is ondermeer kennelijk ongegrond wanneer: het verzoek naar het oordeel van gedeputeerde staten steunt op de onrechtmatige uitoefening van een door of namens een van de bestuursorganen van de provincie Utrecht, aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak betreffende het in stand houden van, en zo nodig wijzigen van het stelsel van verkeers- en vervoersvoorzieningen; naar het oordeel van gedeputeerde staten het causaal verband ontbreekt tussen de geclaimde schade en het door de provincie Utrecht of een van haar bestuursorganen genomen besluit; naar het oordeel van gedeputeerde staten de vergoeding van de geclaimde schade anderszins is gewaarborgd; naar het oordeel van gedeputeerde staten voldaan wordt aan artikel 4 van deze regeling; naar het oordeel van gedeputeerde staten niet voldaan wordt aan artikel 5 van deze regeling; 2. Een besluit om het verzoek wegens kennelijke ongegrondheid af te wijzen wordt aan de verzoeker bij aangetekende brief medegedeeld binnen acht weken na ontvangst van het verzoek, dan wel binnen acht weken nadat de termijn is verstreken gedurende welke de verzoeker het verzoek kon aanvullen. 3. Gedeputeerde staten kunnen de in het vorige lid genoemde termijn eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen. Gedeputeerde staten stellen de verzoeker daarvan schriftelijk in kennis.

Rechtspraak bij dit artikel