Naar hoofdinhoud
1. Indien geen toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 14 eerste lid, en artikel 15 eerste lid, kunnen Gedeputeerde staten een deskundige benoemen. 2. De deskundige heeft tot taak gedeputeerde staten van advies te dienen over de op het verzoek te nemen beslissing. 3. In complexe gevallen kunnen gedeputeerde staten drie deskundigen benoemen die samen een commissie vormen. Gedeputeerde staten wijzen de voorzitter van de commissie aan. 4. De deskundige wordt benoemd uiterlijk vier weken na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 15 tweede lid, dan wel uiterlijk vier weken na het verstrijken van de in artikel 15 derde lid genoemde termijn. 5. Gedeputeerde staten stellen de verzoeker in kennis van hun voornemen om een deskundige te benoemen. De kennisgeving bevat de naam van de deskundige, zijn beroep, en zijn vestigingsplaats. De verzoeker kan binnen twee weken na verzending van de kennisgeving bedenkingen uiten tegen de voorgenomen benoeming van de deskundige.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel