Wanneer er sprake is van co-ouderschap dan kan een leerling twee woningen hebben in de zin van de verordening. Om aanspraak te maken op leerlingenvervoer moet iedere ouder afzonderlijk, een aanvraag indienen bij de gemeente waar hij of zij woonachtig is. Als bij co-ouderschap slechts vanuit één van beide adressen aanspraak op leerlingenvervoer bestaat, wordt overleg gepleegd met de andere gemeente teneinde tot een voor de leerling mogelijk passende oplossing te komen.