**1).** Om invulling te geven aan de verplichting van het omgevingsplan om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid geldt een fietsparkeereis.
**2).** Voor het bepalen van de fietsparkeereis wordt eerst de fietsparkeervraag berekend. Bij het berekenen van de fietsparkeervraag wordt gebruik gemaakt van de fietsparkeernormen, zoals opgenomen in bijlage 2 en de bijbehorende gebiedsindeling parkeernormen zoals opgenomen in bijlage 1. De fietsparkeervraag wordt bepaald door de parkeernorm per functie te vermenigvuldigen met het aantal van de genoemde eenheid of oppervlakte.
**3).** Na het bepalen van de fietsparkeervraag wordt beoordeeld of gebruik kan worden gemaakt van meervoudig gebruik van parkeerplaatsen. Dit kan alleen als er meerdere functies binnen een ontwikkeling worden gerealiseerd en als de parkeerplaatsen niet exclusief door een bepaalde doelgroep te gebruiken zijn. De mogelijkheden voor meervoudig gebruik, wordt berekend door toepassing van de aanwezigheidspercentages, zoals opgenomen in bijlage 3. Bij meervoudig gebruik van parkeerplaatsen wordt in de Omgevingsvergunning vastgelegd dat de parkeerplaatsen waarbij dit wordt toegepast daadwerkelijk meervoudig te gebruiken zijn.
**4).** In geval van een functiewijziging of verbouwing van een bestaand pand kan de fietsparkeereis van de voormalige functie in mindering worden gebracht op de fietsparkeervraag van de nieuwe functie. Dit geldt alleen voor het aantal fietsparkeerplaatsen wat op het maatgevend moment van de nieuwe functie voor de oude functie beschikbaar was én als de fietsparkeerplaatsen van de oude functie in de laatste drie jaren vóór de datum van aanvraag omgevingsvergunning door de oude functie in gebruik waren. Als op basis van de aanwezigheidspercentages, zoals opgenomen in bijlage 3, blijkt dat de fietsparkeervraag van de nieuwe functie op enig moment van de week hoger is dan de fietsparkeereis van de oude functie, moet het verschil aan parkeerplaatsen worden aangelegd.
**5).** De resterende fietsparkeervraag na toepassing van lid 3 en 4 is de fietsparkeereis. De fietsparkeereis voor de vaste gebruikers moet als fietsparkeerplaatsen op eigen terrein worden aangelegd. Dit betreft een minimum. Het realiseren van meer fietsparkeerplaatsen op eigen terrein is toegestaan. De fietsparkeereis voor bezoekers moet als fietsparkeerplaatsen buiten het gebouw op maaiveld worden gerealiseerd, bij voorkeur op eigen terrein.
**6).** Uit een tekening behorende bij de aanvraag Omgevingsvergunning moet blijken of in voldoende mate in de benodigde fietsparkeerplaatsen is voorzien en of deze bruikbaar en bereikbaar zijn. Daarbij gelden eisen aan de vormgeving van de fietsparkeerplaatsen.
- - Conform de Amersfoortse Bouwbrief voor fietsparkeerplaatsen van het gebruikersdeel bij woningen;
- - Voor de overige fietsparkeerplaatsen worden de Ontwerprichtlijnen kwaliteit fietsparkeervoorzieningen en -plaatsen uit bijlage 4 gehanteerd. Hierbij geldt in ieder geval dat:
- - fietsparkeerplaatsen voldoen aan de eisen van Fietsparkeur of daaraan gelijkwaardig zijn.
- - fietsparkeerplaatsen in een stallingssysteem een minimale hart op hart afstand hebben van 40 centimeter.
- - fietsparkeerplaatsen uitgevoerd als fietsnietjes een minimale hart op hart afstand hebben van 100 centimeter.
- - fietsparkeerplaatsen uitgevoerd als fietsparkeervak een minimale afmeting hebben van 75 centimeter breed en 200 cm lang.
- - vanaf een parkeereis van 20 fietsparkeerplaatsen:
- - minimaal 10% van de fietsparkeerplaatsen bedoeld is voor sterk afwijkende fietsachtige voertuigen. Hiervoor dienen fietsparkeervakken gerealiseerd te worden volgens de afmetingen zoals genoemd onder iv.
- - minimaal 15% van het aantal fietsparkeerplaatsen bedoeld is voor beperkt afwijkende fietsen. Deze fietsparkeerplaatsen hebben bij een hoog-laagrek minimaal een hart op hart afstand van 55 centimeter.
**7).** Indien de fietsparkeereis niet uitkomt op een heel getal, dan dient dit getal afgerond te worden. Bij het afronden geldt de regel: waarden met het eerste decimaal vanaf 0,1 en hoger worden naar boven afgerond, terwijl waarden met het eerste decimaal onder 0,1 naar beneden worden afgerond.
**8).** Bij ontwikkelingen met een fietsparkeereis voor het bezoekersaandeel van 3 of minder parkeerplaatsen, hoeft de parkeereis voor het bezoekersaandeel niet te worden opgelost.
**9).** Bij ontwikkelingen in de binnenstad hoeft de fietsparkeereis voor het bezoekersaandeel niet te worden opgelost als de ontwikkeling een bvo heeft van maximaal 750 m2. Het gebruikersaandeel van de fietsparkeereis dient wel gerealiseerd te worden.