1. Deze verordening is van toepassing op het gedeelte van het grondgebied van de in de provincie Utrecht gelegen gemeenten dat zich bevindt buiten de grenzen van de bebouwde kom, zoals deze ingevolge het bepaalde in artikel 27 van de Wegenwet door gedeputeerde staten zijn vastgesteld.
2. Gedeputeerde staten kunnen voor bepaalde gemeenten besluiten dat ook het gebied van de gemeente dat is gelegen binnen de grenzen van de in het vorige lid bedoelde bebouwde kom of een gedeelte daarvan onder de werkingssfeer van deze verordening valt, nadat zij omtrent het ontwerp-besluit met het bestuur van de gemeente, waarop dit besluit betrekking heeft, overeenstemming hebben bereikt.