1. De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of ten minste twee leden dit noodzakelijk achten.
2. De vergaderingen van de commissie zijn besloten.
3. Van het behandelde ter vergadering wordt door de secretaris een verslag gemaakt. Dit verslag wordt door de commissie vastgesteld.
4. De leden van de commissie hebben volstrekte geheimhoudingsplicht omtrent hetgeen direct of indirect aan hen als lid van de commissie mondeling of schriftelijk ter kennis is gebracht. De geheimhoudingsplicht geldt eveneens voor de adviseurs van de commissie en de ambtelijke bijstand.
5. De voorzitter ziet erop toe dat aan het bepaalde in lid 4 wordt voldaan.
6. Noch aan de leden van Provinciale Staten, die geen zitting hebben in de commissie, noch aan anderen wordt inzage of informatie verstrekt omtrent de inhoud van aan de commissie overgelegde stukken of het behandelde ter vergadering.
7. Noch de commissie, noch Provinciale Staten zullen de geheimhoudingplicht, als bedoeld in het vierde lid, opheffen.
8. De geheimhoudingsplicht blijft na ontbinding van de commissie van kracht.
Artikel 4:Werkwijze