1. De commissie vergadert alleen indien een meerderheid van de leden aanwezig is.
2. De opvattingen als bedoeld in artikel 2, lid 4 worden bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen vastgesteld, met dien verstande dat elk lid een stem heeft met een waarde overeenkomstig het aantal zetels in Provinciale Staten.
3. Het gevoelen van de minderheid wordt desgewenst in de schriftelijke rapportage als bedoeld in artikel 2, lid 4 aan Provinciale Staten en de minister opgenomen.
Artikel 5:Besluitvorming