Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.2.4.3

Er wordt geen rente over het eigen vermogen berekend

Onderdeel van Besluit van de raad van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Nota risicobeleid, reservebeleid en activabeleid Amstelveen 2021

Met de wijzingen van het BBV per 1 januari 2017 zijn er aangescherpte regels opgesteld inzake de interne rekenrente (omslagrente). De commissie BBV geeft in haar Nota rente 2017 aan dat het rekening houden met rente op het eigen vermogen binnen de omslagrente nog wel is toegestaan, maar niet geadviseerd wordt. Voor de rentetoerekening aan grondexploitaties gelden specifieke BBV-richtlijnen, die niet toestaan dat rente over eigen vermogen wordt meegenomen in de berekening. De bestaande Amstelveense begroting bevat een structurele vaste rentebate over het eigen vermogen van € 800.000. Er vindt geen generieke rentoerekening c.q. rentetoevoeging aan (bestemmings)reserves plaats. Er wordt alleen van uitgegaan dat er in de tijd gezien structureel een reservevolume aanwezig is, dat goed is voor een rendement (bespaarde rente) van € 800.000. Dit bedrag is historisch bepaald en wordt ingezet als algemeen dekkingsmiddel. De actualisatie van de nota Risicobeleid, reservebeleid & activabeleid Amstelveen is een goed moment om de aanbeveling van de commissie BBV over te nemen. Dit wordt nog versterkt, door het feit dat de marktrente zich al geruime tijd rond de nul beweegt. Het schrappen van de rentebate over het eigen vermogen heeft als consequentie dat de interne rekenrente daalt. Ook de uitbreiding van het gemeentelijk investeringsprogramma werkt door in een lagere rekenrente. Samen betekent dit een verlaging van de rekenrente van 3,0% naar 2,0%. Daarmee komt het percentage in dezelfde orde te liggen als het percentage dat geldt voor de rentetoerekening aan grondexploitaties. Deels betreft dit een budgettair-neutrale verwerking (enerzijds minder rentebate, anderzijds minder doorbelaste rente in de begroting), maar deels is dit ook niet het geval. Belangrijkste budgettaire effect om rekening mee te houden is een “weglekverlies” op de kostendekkende exploitatie riolering doordat lagere rentelasten leiden tot een lagere aanslag rioolrecht. Vanuit de optiek van de gemeentelijke woonlasten zou dit kunnen worden opgevangen door een navenante compenserende OZB-verhoging (rioolrecht en OZB betreft beide woningeigenaren). Het uiteindelijke budgettaire effect is van meerdere factoren afhankelijk. Indicatief gaat het om een bedrag in de orde van € 0,6 miljoen, waarvan € 0,3 miljoen als gevolg van het schrappen van de structurele rentebaat. Voorgesteld wordt om de structurele rentebaat van € 0,8 miljoen over het eigen vermogen te laten vervallen per 1 januari 2022 en de verdere uitwerking (verlaging rekenrente, budgettaire inkadering) te betrekken bij de opstelling van de Perspectiefnota 2023 inclusief Eerste Tijdvakrapportage 2022, alsmede de Tweede Tijdvakrapportage 2022 en Programmabegroting 2023.

Rechtspraak bij dit artikel