Naar hoofdinhoud
Het BBV kent geen nader onderscheid tussen bestemmingsreserves. Voor de beheersing van de bestemmingsreserves maken we een onderscheid naar een drietal functies: bufferfunctie, bestedingsfunctie en financieringsfunctie. bufferfunctie Reserves maken het mogelijk om tegenvallers op te vangen. Dit geldt primair voor vrij beschikbare reserves en secundair voor reserves waaraan een bestemming is toegekend, maar waar nog wel de mogelijkheid van heroverweging aanwezig is. Deze zogenoemde bufferfunctie valt onder het beleidskader voor de weerstandscapaciteit. Bij Amstelveen is de algemene reserve samen met de reserve “stedelijke vernieuwing” belangrijk als risicobuffer om tegenvallers op te vangen. Het beleidskader is als volgt: De minimale omvang als bufferfunctie voor het totaal van de algemene reserve en de reserve “stedelijke vernieuwing” is vastgesteld op € 15 miljoen. Dit is een vast bedrag, daterend uit de Kadernota 2018 (raadsbesluit 6jul17). De vraag is, of dit bedrag nog valide is in het licht van het actuele risicoprofiel (hoofdstuk 2) en de actuele weerstandscapaciteit (hoofdstuk 3). De beantwoording van deze vraag komt aan de orde aan het eind van hoofdstuk 3 (paragraaf 3.4.); Aanwending van de reserve “stedelijke vernieuwing” is gerelateerd aan de duurzame borging van het bestaande Amstelveens voorzieningenniveau bij het gaandeweg ouder worden van bestaande wijken en voorzieningen; De algemene reserve is, naast gemeentelijke buffer, het afwegingskader voor uitbreiding van het bestaande Amstelveense voorzieningenniveau, overige incidentele ontwikkelingen en beleidsintensiveringen; Toetsing van de minimale omvang van het bodembedrag aan het begrotingsvolume vindt plaats op basis van de jaarstukken en eventuele besluitvorming over aanvulling geschiedt bij de daaropvolgende Perspectiefnota, op basis van een actuele risicoanalyse in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Uitgangspunt van beleid is verder, dat er niet voor verschillende begrotingsonderdelen afzonderlijke buffers (bestemmingsreserves) worden gevormd. Dat vormt ook het uitgangspunt voor de risicoanalyse ter onderbouwing van de gewenste minimum-omvang van de gemeentebreed benodigde buffer van € 15 miljoen. bestedingsfunctie De bestedingsfunctie houdt in dat vanwege bestuurlijke keuzes middelen apart worden gezet in specifieke bestemmingsreserves voor (eenmalige) prioriteiten. Deze prioriteiten kunnen op de korte termijn te realiseren doelen zijn, maar ook in de tijd gezien ongelimiteerde doelen, waarvoor steeds naar behoefte een beroep op de reserve wordt gedaan. Algemeen beleidsuitgangspunt is terughoudendheid in de vorming van aparte bestemmingsreserves (nee, tenzij ...). Enkele voorbeelden van in de afgelopen jaren gevormde reserves zijn “duurzaamheid” en het “lokaal coronafonds”. financieringsfunctie Alle reserves hebben een financieringsfunctie, omdat ze onderdeel uitmaken van het eigen vermogen van de gemeente. De noodzaak voor de gemeente om geldleningen te moeten afsluiten (schuldpositie) wordt bepaald door het saldo tussen enerzijds bezittingen (waaronder investeringen en uitgeleende gelden) en anderzijds de beschikbarefinancieringsmiddelen (waarmee zijn bezittingen betaald?) waaronder reserves, voorzieningen en opgenomen gelden. De ontwikkeling van de financieringsfunctie en de schuldpositie wordt concreet gekwantificeerd via de meerjarige prognose van de balans en rente-exploitatie in de paragraaf financiering van de begroting. Incidentele saldi op de rente-exploitatie worden afgewikkeld met de algemene reserve. Structurele onevenwichtigheden leiden tot separate voorstellen voor bijsturing.

Rechtspraak bij dit artikel