1. Een ieder aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat of ondermandaat is verleend, houdt bij de uitoefening van de aan hen opgedragen bevoegdheden rekening met de relevante door de gemeenteraad vastgestelde kaders alsmede het door het college vastgestelde beleid.
2. Een ieder aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat of ondermandaat is verleend, past de algemene dan wel specifieke instructies, bedoeld in artikel 10:6 van de Algemene wet bestuursrecht, van het college betreffende de gemandateerde bevoegdheden toe.
3. Het college zorgt ervoor dat het algemeen bestuur over alle benodigde informatie noodzakelijk voor de uitvoering van het in het eerste lid bepaalde kan beschikken. Het algemeen bestuur zorgt ervoor dat de ondergemandateerden tevens kunnen beschikken over deze informatie.
4. Het college treedt bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen in overleg met het algemeen bestuur over uitvoeringsaspecten indien dat beleid raakt aan de taken en bevoegdheden die Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio uitvoert.
5. Het algemeen bestuur treedt in overleg met het college indien die het noodzakelijk acht af te wijken van de in het eerste lid bedoelde kaders of beleid.
Artikel 3
Kaders uitoefening bevoegdheden
Onderdeel van Mandaatbesluit Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio toezicht en naleving Wmo en Jeugdwet voor Zeeland