Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: beheer :  De op de wegbeheerder rustende verantwoordelijkheid voor het in bruikbare toestand houden van de weg en de zorg dat van die weg op juiste en veilige wijze gebruik kan worden gemaakt, waaronder begrepen de zorg voor de wegbermen,  de opvang en afvoer van hemelwater en de overige tot de weguitrusting te rekenen voorzieningen. bevoegd gezag : Het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, tenzij gedeputeerde staten bevoegd gezag zijn. bouwwerk :  Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal, kunststof of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. erftoegangsweg : Lokale weg met een verblijfskarakter, die primair bedoeld is voorbestemmingsverkeer. evenement : Een georganiseerde gebeurtenis met een min of meer bijzonder karakter, bedoeld om zoveel mogelijk publiek te trekken, niet zijnde een wedstrijd in de zin van de Wegenverkeerswet 1994. gebiedsontsluitingsweg : Weg, die veelal grotere kernen met elkaar verbindt en bedoeld is voor het aansluiten van meerdere kernen op een stroomweg. kunstwerk : Een in de weg gelegen brug, viaduct, tunnel of geluidscherm of andere bouwkundige constructie die deel uitmaakt van het weglichaam. obstakelvrije zone : Het gebied buiten de verharding zonder obstakels of ontwerpelementen van het dwarsprofiel (talud, sloot), die voor uit koers geraakte voertuigen bij aanrijding ernstige schade aan het voertuig en/of ernstig letsel aan de inzittenden kunnen veroorzaken. openbare weg : Weg die openbaar is in de zin van de Wegenwet. opstelvak : Het gedeelte van een rijbaan dat is ingericht voor het opstellen van verkeer in de aangegeven rijrichting dat moet wachten op doorgang. parallelweg : Verkeersbaan voor gemengd lokaal verkeer die naast een hoofdrijbaan loopt, waarbij plaatselijk uitwisseling van verkeer met die hoofdbaan mogelijk is. stroomweg : Autoweg of autosnelweg, bedoeld voor de afwikkeling van relatief grote hoeveelheden verkeer met een hoge gemiddelde snelheid. uitweg : Een voor voertuigen bestemde toegang tot of uitgang van een gebouw of particulier terrein naar de openbare weg. wegaansluiting : een aansluiting van een openbare of een niet-openbare weg op een openbare weg die bij de provincie in beheer is, waaronder begrepen parallelwegen, voet-, bromfiets- en fietspaden en ruiterpaden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel