Naar hoofdinhoud
1. Deze verordening is van toepassing op: de openbare wegen in beheer bij de provincie Utrecht; situaties buiten de beheersgrens van deze wegen voor zover daarbij de in artikel 3, eerste lid, genoemde belangen in het geding zijn. 2. Voor de toepassing van deze verordening behoren tot de openbare weg: de rijbanen, bromfiets-, fiets- en voetpaden, parkeer-, carpool- en bushalteplaatsen, vluchtstroken en andere stroken, bermen, glooiingen, grondkeringen en bermsloten; de zich daaronder, daarin, daarop, daarnaast en daarboven bevindende werken, zoals kunstwerken, duikers, leidingen, beplanting, bebakening, wegverlichting en alle andere op enigerlei wijze met de weg verbonden voorzieningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel