Het is de rechthebbende op beplanting verboden:
boven rijbanen uitstekende takken te hebben lager dan 4.50 meter boven het wegdek;
boven paden uitstekende takken te hebben lager dan 3 meter boven het wegdek;
bomen, hagen en struiken langs wegen te hebben in zodanige toestand dat zij het noodzakelijke vrije zicht belemmeren;
beplanting te hebben, die zich in zodanig slechte toestand bevindt dat deze op de weg kan vallen;
op de weg gevallen beplantingsresten te laten liggen.
Hoofdstuk
Artikel 7: