Naar hoofdinhoud
1. Het is verboden: op de weg werken alsmede afrasteringen, bomen, heggen en dergelijke te maken of te hebben; in of onder de weg kabels, buizen, duikers, goten en andere werken te leggen of te hebben; boven de weg werken, delen van werken, draden, kabels, buizen en dergelijke aan te brengen of te hebben; op of boven de weg borden te plaatsen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het onderhoud betreft door of namens de provincie. 3. Het in het eerste lid onder d bedoelde verbod geldt niet voor: door of namens de provincie geplaatste verwijsborden; verwijsborden van tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, doch uitsluitend kort voor en tijdens een te houden evenement, mits: ten minste twee weken tevoren aan gedeputeerde staten melding wordt gemaakt van het voornemen tot plaatsing van de borden; de borden niet groter zijn dan 1.00 meter bij 1.00 meter; redelijkerwijs is aan te nemen, dat door de geplaatste borden de veiligheid van het verkeer niet in gevaar wordt gebracht en de borden binnen 24 uur na afloop van het evenement worden verwijderd; middelen, gebruikt voor het openbaren van gedachten of gevoelens in de zin van artikel 7 van de Grondwet, mits: deze middelen geen grotere oppervlakte hebben dan 1 m² en geen grotere afmetingen in één richting dan 1 meter; niet meer dan twee middelen bij elkaar op één plaats worden aangebracht; deze middelen worden geplaatst in de onverharde buitenberm op een afstand van ten minste 2.50 meter uit de kant van de wegverharding en deze middelen op een zodanige plaats of wijze worden aangebracht dat redelijkerwijs is aan te nemen dat daardoor de veiligheid van het verkeer niet in gevaar wordt gebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel