Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 43

Interpellatie

Onderdeel van Reglement van orde voor de raad van Amsterdam

1.. Een lid kan de raad verlof vragen tot het houden van een interpellatie. 2.. Een interpellatie kan gericht zijn op het verkrijgen van een raadsuitspraak, door middel van het indienen van een motie. 3.. De voorzitter kan de raad voorstellen de interpellatie niet te houden, indien over hetzelfde onderwerp schriftelijke vragen zijn gesteld en de termijn voor beantwoording nog niet is verstreken. 4.. Het verzoek tot het mogen houden van een interpellatie wordt schriftelijk of digitaal, in de vorm van een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd, alsmede van de te stellen vragen, ten minste 48 uur voorafgaand aan de vergadering ter attentie van de voorzitter ingediend bij de griffier. Hierbij wordt gebruikgemaakt van het door de griffie verstrekt sjabloon. 5.. Een afschrift van dit verzoek, de omschrijving van het onderwerp en de te stellen vragen worden zo spoedig mogelijk door de griffier gezonden aan de raad, het fractievoorzittersoverleg en het college. 6.. Bij de behandeling van een interpellatie geldt als eerste termijn de toelichting van de interpellant en het antwoord daarop van het college of de burgemeester. Aan de gedachtewisseling kan in tweede termijn door de overige leden worden deelgenomen. 7.. Voor het houden van een interpellatie heeft de interpellant tien minuten extra spreektijd in eerste termijn en vijf minuten extra in tweede termijn.

Rechtspraak bij dit artikel