Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 44:

Het vragenuur

Onderdeel van Reglement van orde voor de raad van Amsterdam

1.. Een lid kan het college of de burgemeester mondelinge vragen stellen. 2.. Het lid dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt dit, onder aanduiding van het onderwerp, schriftelijk aan. De aanmelding moet uiterlijk op de dag van de vergadering om 11.00 uur binnen zijn bij de griffier. 3.. De voorzitter kan de raad voorstellen een onderwerp niet aan de orde te stellen, indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig omschreven acht, er reeds schriftelijke vragen over hetzelfde onderwerp zijn gesteld dan wel het onderhavige onderwerp in dezelfde raadsvergadering aan de orde komt. 4.. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de aangemelde vragen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld, gehoord het fractievoorzittersoverleg. 5.. In het fractievoorzittersoverleg zal een voorstel tot behandeling worden gedaan over mondelinge vragen van verschillende indieners die over hetzelfde onderwerp gaan. 6.. Het vragenuur vindt in de regel plaats tijdens iedere vergadering, aan het begin van de vergadering. 7.. Aan het begin van de vergadering maakt de voorzitter melding van de aangemelde onderwerpen van de vragen. 8.. De vragensteller wordt voor hoogstens twee minuten het woord verleend om aan het college of de burgemeester vragen te stellen. 9.. Het college of de burgemeester wordt voor ten hoogste drie minuten het woord verleend om de vragen te beantwoorden. 10.. Na de beantwoording wordt de vragensteller één minuut het woord verleend om aan het college of de burgemeester aanvullende vragen te stellen. 11.. Het college of de burgemeester wordt voor ten hoogste twee minuten het woord verleend om de vragen te beantwoorden. 12.. De voorzitter kan aan andere leden, ieder voor ten hoogste één minuut, het woord verlenen om vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 13.. Aan het college of de burgemeester wordt voor ten hoogste twee minuten het woord verleend om de vragen van het lid te beantwoorden. Na iedere gestelde vraag wordt antwoord gegeven door het college of de burgemeester. 14.. Tijdens het vragenuur zijn interrupties niet toegestaan. 15.. Tijdens het vragenuur kan geen verlof worden gevraagd tot het houden van een interpellatie, noch kunnen moties worden ingediend. 16.. Onderwerpen die aan het einde van het vragenuur nog niet aan de orde zijn gekomen, komen te vervallen. De indiener kan het onderwerp voor het volgende vragenuur opnieuw aanmelden conform het bepaalde in het tweede lid.

Rechtspraak bij dit artikel