Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 45

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van orde voor de raad van Amsterdam

1.. Een lid kan het college of de burgemeester schriftelijk vragen stellen. 2.. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. 3.. De vragen worden ter attentie van de voorzitter van de raad bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden en het college worden gebracht en maakt deze openbaar. 4.. Vragen worden schriftelijk of digitaal ingediend met gebruikmaking van het door de griffie verstrekt sjabloon. 5.. Indien bij de voorzitter van de raad tegen het doorsturen ter beantwoording van de vragen bezwaar bestaat uit oogpunt van vorm en inhoud, wordt daarvan aan het desbetreffende lid mededeling gedaan. Dit kan onder meer het geval zijn wanneer de vragen een onderwerp betreffen dat niet binnen de bevoegdheden van het gemeentebestuur valt, er reeds gelijkluidende vragen door een ander lid zijn ingediend, of wanneer behandeling van het desbetreffende onderwerp op korte termijn voorzien is in een raadscommissie of de raad dan wel onderwerp is van een raadsonderzoek c.q. raadsenquête. 6.. Bestaat zodanig bezwaar niet, dan is de burgemeester of het college gehouden, de vragen zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen vier weken na indiening schriftelijk te beantwoorden. 7.. De vragen en antwoorden worden in afdeling 1 van het Gemeenteblad opgenomen. 8.. Indien de vragen niet binnen een termijn van vier weken na indiening zijn beantwoord, worden zij geagendeerd voor behandeling in de eerstvolgende vergadering van de meest betrokken raadscommissie.

Rechtspraak bij dit artikel