**1..** Aan inwoners die behoren tot de doelgroep zoals genoemd in artikel 6 onder e PW, waarbij sprake is van een structurele functionele beperking, kan een vervoersvoorziening worden toegekend wanneer de inwoner door zijn of haar beperking niet zelfstandig kan reizen.
**2..** Onder vervoersvoorziening wordt in ieder geval verstaan; begeleiding bij het reizen met het openbaar vervoer, een (rolstoel)taxikostenvergoeding, aanpassing van de eigen auto of ander vervoermiddel, auto in bruikleen.
**3..** De voorziening wordt in principe in natura verstrekt.
**4..** De vervoersvoorziening wordt aangeboden wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Zonder deze voorziening kan de inwoner niet aan de toeleiding naar het arbeidsproces deelnemen
De werkgever biedt een arbeidsovereenkomst van minimaal 6 maanden met een minimale arbeidsduur van 16 uur per week
Er zijn geen voorliggende voorzieningen, te weten: reguliere vervoersvoorziening zoals genoemd in artikel 16 tot en met 20 van deze beleidsregels; Vervoer vanuit een Arbo taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; Vervoersvoorziening vanuit de WMO 2015; UWV; WSW of zorgverzekeraar.
Of de inwoner kan zonder deze voorziening niet aan een traject naar werk deelnemen én is in staat na het doorlopen traject arbeid te aanvaarden en te verrichten voor tenminste 16 uur per week.
**5..** De meest adequate en goedkoopste oplossing wordt gekozen.
**6..** De kosten van de vervoersvoorziening dienen proportioneel te zijn. Dat wil zeggen dat de investering in de vervoersvoorziening moet opwegen tegen de opbrengsten van uitstroom naar werk. Bij de beoordeling of de kosten proportioneel zijn, wordt betrokken:
De kosten van de vervoersvoorziening;
De duur van de arbeidsovereenkomst in termen van looptijd, zoals aantal maanden/jaren, bepaalde of onbepaalde tijd;
De omvang van de arbeidsovereenkomst in termen van het aantal uren dat de inwoner gaat werken;
De opbrengsten in termen van besparing op de uitkeringslasten en eventuele andere lasten, bijvoorbeeld in het kader van de WMO 2015 in relatie tot de kosten van de vervoersvoorziening.
**7..** Wanneer sprake is van een verhuizing dient de vervoersvoorziening opnieuw te worden aangevraagd.
**8..** Voor de hoogte van de maximale vergoeding van de verschillende vervoersopties sluiten we aan bij de normen van het UWV.
**9..** De voorziening wordt toegekend voor de duur die nodig is. Tenminste ieder jaar wordt een evaluatiegesprek gevoerd om te beoordelen of dit nog steeds de meest passende voorziening is. De inwoner hoeft daarbij niet jaarlijks opnieuw aan te vragen.
**10..** Als de inwoner zelfstandig kan leren reizen, kan een traject tot leren reizen worden ingezet naast de voorziening.
**11..** Indien nodig kan voor de beoordeling van de meest adequate voorziening een onafhankelijk advies gevraagd worden aan een deskundige, denk aan arbeidsdeskundige, bedrijfsarts of fysio-/ergotherapeut of psycholoog. De aanvrager is verplicht om mee te werken aan dit onderzoek.
**12..** De inwoner dient een aanvraag in voor de vervoersvoorziening en maakt hierbij gebruik van het formulier dat door het college ter beschikking is gesteld.
Toelichting (artikelen 16 tot en met 21)
De vergoeding voor reiskosten is volgordelijk. Het uitgangspunt is dat inwoners zelf vervoer hebben. Wanneer een werkgever geen vergoeding verstrekt, kan een kilometervergoeding worden verstrekt. Deze vergoeding kan gebruikt worden voor onderhoud van het vervoersmiddel. Beschikt iemand niet over eigen vervoer, dan kan een vergoeding voor het OV gegeven worden. Is dit ook niet passend of mogelijk, dan kan een fiets geleend worden. Als ook dat niet tot de mogelijkheden behoort, dan kan gekeken worden of een fiets of scooter verstrekt kan worden.
Artikel 21
Vervoersvoorziening
Onderdeel van Beleids- en uitvoeringsregels re-integratie 2024 gemeente Zevenaar